Leap of faith – Gedicht

De Fierljepper

fierljepper gedichtLos van de grond
te streven
met achterlating
van oude oevers
te zweven

maar eerst
de bodem beproefd,
de diepte gepeild –

ik spring,
ik klim in
mijn verwachtingen
omhoog

over het zwaartepunt van
mijn angsten heen
met gretige voeten
of
ergens al
misschien
ik opgevangen word
op nieuwe gronden.

Sytze de Vries (uit bundel Witgewassen woorden – 2009)

(Volgens mij gaat dit gedicht niet alleen over de Fryske sport van het verspringen-met-paal, maar ook over geloven. Spannend blijft het, of er een andere oever wacht.)

Visfeest

Veronica en Fred, beide vissen, zouden volgende week jarig zijn: iedereen mocht komen. Ze schreven uitnodigingen en legden die op het kastje. Morgen gingen ze met de post mee.

Bij de thee die avond keek Fred de kaarten nog eventjes na. Hij riep naar de keuken: ‘Dit is een kaart voor Kwal, maar is zijn vrouw niet aangespoeld vorige week?’ Lees verder

Heel voorzichtig

Ik droom.

Woeste zee en ik aan boord van een loodsjol, zo’n gele.
In de verte door het deinen af en toe een glimp van de zwarte contouren van een grote olietanker: het doel van de reis. Het scheepje rolt en stoot op de golven, fonteinen water waaien er overheen. Hadden we wel moeten uitvaren?
Ik loop naar buiten en meteen slaat een geweldige golf over me heen die me met een klap oppakt en meesleurt van het dek af de zee in.
Lees verder

Eerlijk

Olifant was steeds maar rijker geworden en op een dag had hij zoveel spullen dat de andere dieren er genoeg van hadden. Met zijn allen klopten ze bij hem aan. 

Het duurde lang voor Olifant bij de deur was. Want hij moest over twintig koekoeksklokken, zes bronzen vazen, zevenhonderd lucifersdoosjes, vijf snorfietsen en een Monapudding heenstappen om bij de deur te komen.

Olifant deed open en voor hij hallo kon zeggen zag hij spandoeken. “Eerlijk moeten we alles delen” stond erop. En “deel je spullen Olifant”.

Eigenlijk was hij het er wel mee eens. Hij tilde zijn poot op zodat iedereen stil werd en zei: ‘Jullie hebben gelijk. Kom maar binnen en neem wat je nodig hebt.’

Ze kwamen binnen. In tien minuten was iedereen weer naar buiten gehold. Als eerste vertrok Eekhoorn met de Monapudding. Hij had honger. Vos volgde met tien van de koekoeksklokken. Hij wilde nooit meer te laat komen. Snoek nam vijf lucifersdoosjes mee voor zijn kaarsen en Raaf de rest, om zijn knikkers in te bewaren. De vazen, de snorfietsen, alles verdween omdat andere dieren het nodig hadden of toevallig konden gebruiken.

Daarna was het huis van Olifant zo leeg dat er niets meer in stond. Zelfs de koelkast was leeg, maar dat zag je niet want de koelkast was ook meegenomen. Olifant zat alleen in de stilte en huilde. Hij kreeg honger maar er was geen eten. Hij kreeg het koud maar er was geen deken. Hij kreeg slaap maar er was geen bed.

Olifant ging zijn huis uit en ging op de weg liggen. Die voelde nog warm van de zon. Hij viel in slaap. Zo zagen de dieren hem slapen. Hun spandoek hadden ze nog bij zich en ze legden het als een deken over hem heen. Je kon nog precies het woord “Eerlijk” lezen.

Meer verhalen lezen? Koop dan mijn E-book

Muziek

Music, when soft voices die,
Vibrates in the memory;
Odours, when sweet violets sicken,
Live within the sense they quicken.

Rose leaves, when the rose is dead,
Are heap’d for the belovèd’s bed;
And so thy thoughts, when thou art gone,
Love itself shall slumber on.]

Percy Bysshe Shelley (1919)

Muziek, als zachte stemmen zwijgen
Golft in je geheugen voort
Geuren, als zoete viooltjes verdorren,
Komen tot leven alsof ze bloeien

Rozenblaadjes, als de roos is gestorven,
Verzameld voor je lief zijn bed,
Zo ook je gedachten, als jij bent heengegaan:
Liefde zelf zij sluimert door.

(vertaling KvdP)

(foto van Johanneke Kroesbergen)