Wees het eens goed oneens

Je wordt alleen gelukkiger van een on-line discussie als je niet gemeen hoeft te zijn. Je hoeft niet gemeen te zijn als je goede argumenten hebt. Dus: wees het eens goed oneens. In 2008 zette Paul Graham de zwakke en sterke manieren om het oneens te zijn op een rijtje van zeer zwak (schelden) naar zeer sterk (weerleggen met argumenten). Nuttig toch? Ik vertaalde en bewerkte zijn tekst.

Maart 2008

Het web verandert schrijven in tweerichtingsverkeer. Twintig jaar geleden schreven schrijvers en lazen lezers. Het web laat lezers antwoorden, en dat doen ze steeds meer – in reacties,  op forums, en in hun eigen blog posts.

Oneens zijn verleidt tot reactie
Velen van hen die ergens op antwoorden, zijn het daarmee oneens. Dat kun je verwachten. Als ze ermee instemmen zijn mensen minder gemotiveerd te reageren, dan bij een verschil van mening. En als je het ermee eens bent heb je bovendien weinig toe te voegen. Je zou kunnen doorgaan op iets wat de schrijver zei, maar die is waarschijnlijk de belangrijkste implicaties al nagegaan. Als je het oneens bent, begeef je je op terrein dat hij nog niet heeft behandeld.

Aantal meningsverschillen neemt toe
Gevolg is het opduiken van veel meer meningsverschillen, zeker gemeten naar het aantal gebruikte woorden. Dat betekent niet dat mensen bozer worden: de structurele verandering in de manier waarop we communiceren is de verklaring. Maar hoewel het geen boosheid is die het aantal meningsverschillen doet stijgen, bestaat wel het gevaar dat de stijging in het aantal meningsverschillen mensen bozer zal maken. In het bijzonder online, waar het makkelijker is om dingen te zeggen die je nooit in iemands gezicht zou zeggen.

Wees het wel goed oneens!
Als we het allemaal meer met elkaar oneens gaan zijn, moeten we goed opletten dat we dat op een goede manier doen. Wat betekent het om het “goed” oneens te zijn? De meeste lezers zullen het verschil wel kennen tussen de uitersten van een scheldpartij en een zorgvuldig onderbouwde weerlegging, maar ik denk dat het helpt om de tussenliggende niveaus een naam te geven. Hieronder dus mijn poging tot een ‘meningsverschillen-hiërarchie’ (MH).

MH0. Schelden

Dit is de zwakste vorm van meningsverschil, en waarschijnlijk ook de meest gebruikte. We hebben allemaal wel ergens reacties gezien als deze:

“homo!!!!!!!!”

Het is belangrijk te beseffen dat ook meer welbespraakte scheldpartijen net zo weinig gewicht in de schaal leggen. Een reactie als:

“De schrijver is een zelfingenomen dilettant.”

is natuurlijk niets anders dan een dikdoenerige versie van “homo!!!!!!!!”.

(Waarom homo een veel gebruikt scheldwoord is, is mij overigens een raadsel- KvdP)

MH1. Ad Hominem

Een ad hominem aanval is niet zo zwak als puur schelden. Het zou zelfs best iets kunnen toevoegen. Bijvoorbeeld, als een Tweede Kamerlid een artikel zou schrijven dat beweert dat het salaris van Kamerleden verhoogd zou moeten worden, zou je kunnen reageren met:

“Natuurlijk zegt zij dat. Zij is zelf Kamerlid.”

Dit weerlegt de bewering van de schrijfster niet, maar is wel relevant. Het blijft echter een heel zwakke manier van meningsverschil. Als er iets verkeerd is aan de bewering van het Kamerlid, moet je zeggen wat dat is. En: als er niets mis mee is, wat maakt het dan uit dat de schrijfster een Kamerlid is?

Stellen dat een schrijver niet de autoriteit heeft om over een onderwerp te schrijven is een variant van ad hominem. Eentje van een bijzonder nutteloze vorm, want goede ideeën komen juist vaak van buitenstaanders. Het gaat erom of de auteur gelijk heeft of niet. Als zijn gebrek aan gezag fouten veroorzaakt, wijs dan op die fouten. En als zijn buitenstaanders-positie niet voor fouten zorgt, is er geen probleem.

MH2. Reageren op toon

Vanaf dit niveau komen de reacties op wat geschreven is en niet op de schrijver. De zwakste vorm hiervan is het oneens zijn met de toon van schrijven. Bijvoorbeeld:

“Ik vind het onvoorstelbaar dat de auteur Intelligent Design afwijst op zo’n frivole manier.”

Hoewel het beter is dan het aanvallen van de schrijver, is dit nog steeds een zwakke vorm van meningsverschil. Het is immers veel belangrijker of de schrijver een juiste of onjuiste bewering doet, dan wat zijn toon is. Vooral omdat toon lastig te beoordelen is. Iemand die ‘een aap op zijn schouder heeft’ met betrekking tot een bepaald onderwerp, zal beledigd zijn door een toon die andere lezers gewoon neutraal vinden.

Als het ergste dat je kunt opmerken kritiek is op de toon van een ander, zeg je vrij weinig. Is de schrijver van lotje getikt, maar correct? Liever dat dan volstrekt serieus en fout. En als de auteur ergens fout zit, wijs dan aan waar.

(Wat mij betreft hoort het reageren op schrijffouten ook in deze categorie thuis. Dat iemand een spelfout maakt, wil niet zeggen dat zijn of haar bewering onjuist is. Toch maken sommige mensen zich van de discussie af door het taalgebruik van een ander te corrigeren, en verder niet meer te reageren -KvdP)

MH3. Tegenstelling

Op dit niveau krijgen we eindelijk reacties op wat er gezegd werd, in plaats van hoe het gezegd werd of door wie. De zwakste manier van reageren op een bewering is eenvoudigweg het tegengestelde beweren, met weinig tot geen ondersteunend bewijs.

Dit wordt vaak met MH2 uitspraken gecombineerd, zoals in:

“Ik vind het onvoorstelbaar dat de auteur Intelligent Design afwijst op zo’n frivole manier. Intelligent Design is een legitieme wetenschappelijke theorie.”

Tegenspraak kan soms enig gewicht in de schaal leggen. Soms is het voldoende om de tegengestelde bewering te zien, om in te zien dat die juist is. Bewijs van die tegengestelde bewering helpt meestal beter..

MH4. Tegenargument

Op niveau 4 bereiken we de eerste vorm van een overtuigend meningsverschil. De voorgaande manieren kunnen meestal worden genegeerd: ze zijn in wezen nietszeggend.

Een tegenargument kan iets bewijzen. Het probleem is alleen, dat het lastig is te zeggen wat.

Een tegenargument is een tegenstelling (MH3) voorzien van onderbouwing en/of bewijzen. Als het tegenargument rechtstreeks ingaat op de oorspronkelijke bewering, kan het overtuig. Helaas zijn tegenargumenten doorgaans gericht op iets dat net een beetje verschilt van de oorspronkelijke bewering. Vaak, vaker wel dan niet, debatteren twee mensen ergens gepassioneerd over terwijl ze het feitelijk over twee verschillende dingen hebben. Soms zijn ze het zelfs met elkaar eens, maar hebben ze dat niet door omdat ze zo verdiept zijn in hun discussie.

Er zou een legitieme reden kunnen zijn om met argumenten te komen tegen iets dat net een beetje anders is dan wat de schrijver beweerde: als je het gevoel hebt dat hij de kern van de zaak miste. Maar als je dat doet, moet je het expliciet zeggen.

MH5. Weerlegging

De meest overtuigende vorm om het oneens te zijn is de weerlegging. Het is eveneens de meest zeldzame, omdat het ’t meeste werk is. Je hebt het door: de meningsverschillen-hiërarchie vormt een soort piramide, in die zin dat hoe hoger je komt des te minder voorbeelden je on-line tegenkomt.

Om iemands bewering te weerleggen moet je haar waarschijnlijk citeren. Je moet haar “op heterdaad betrappen”, een passage vinden waarvan je het gevoel hebt dat die onjuist is, en dan uitleggen waarom zij daar verkeerd zit. Als je geen citaat kunt vinden om het mee oneens te zijn, neem je het op tegen een “stroman”.

Hoewel weerlegging over het algemeen inhoudt dat je iemand citeert, betekent citeren niet automatisch dat je iemand weerlegt. Sommige schrijvers citeren delen van een tekst waarmee ze het oneens zijn om de schijn te wekken van legitieme weerlegging, en vervolgen dan met een antwoord zo zwak als MH3 of zelfs MH0.

MH6. Weerlegging van het kernargument

De kracht van een weerlegging hangt af van wat je weerlegt. De krachtigste vorm van meningsverschil is om iemands kernargument te weerleggen.

Zelfs op het niveau van MH5 komen we soms doelbewuste leugens tegen, zoals wanneer iemand onbelangrijke onderdelen van een bewering onderuit haalt. Soms is de geest waarin dat wordt gedaan meer een vernuftige vorm van ad hominem dan een werkelijke weerlegging. Bijvoorbeeld iemands grammatica corrigeren, of hameren op kleine foutjes in namen en getallen. Alleen als de bewering van de ander werkelijk stoelt op dat soort dingen, is het corrigeren van de ander meer dan een poging de tegenstander onderuit te halen.

Werkelijk weerleggen van iets, vraagt dat je het kernargument weerlegt, of een van de kernargumenten. En dat betekent dat je je echt moet richten op wat het kernargument is. Een echt effectieve weerlegging zou er dus zo uitzien:

“Het belangrijkste punt dat de auteur maakt lijkt x te zijn, want hij zegt    <citaat>

Maar dit is verkeerd, en wel om de volgende reden…”

Het citaat dat je aanwijst als fout hoeft niet een letterlijke formulering van het kernargument te bevatten. Het is genoeg om iets te weerleggen waarop het kernargument is gebaseerd.

Waar is dit goed voor?

Nu hebben we een manier om vormen van meningsverschil te classificeren. Waar is dit goed voor? Wat de meningsverschillen-hiërarchie in ieder geval niet biedt, is een manier om een “winnaar” aan te wijzen. De MH niveaus omschrijven louter de vorm van een uitspraak, niet of die uitspraak juist is. Een MH6. reactie kan nog steeds geheel verkeerd zijn.

Bovengrens
Maar waar MH-niveaus geen ondergrens aangeven voor hoe overtuigend een reactie is, ze geven wel een bovengrens. Een MH6-reactie kan weinig overtuigend zijn, maar een MH2 of lager is nooit overtuigend.

Doorprikken van holle beweringen
Het meest voor de hand liggende voordeel van classificatie van manieren van meningsverschil is dat het mensen zal helpen om wat ze lezen op waarde te schatten. In het bijzonder zal het ze helpen om intellectueel oneerlijke argumenten te doorzien. Een eloquente spreker of schrijver kan de indruk geven dat hij in staat is zijn tegenstander de grond in te boren puur door het gebruik van sterke woorden. In feite is dat waarschijnlijk de belangrijkste eigenschap van een demagoog. Door namen te geven aan de verschillende vormen van meningsverschil, geven we lezers een speld om zulke ballonnetjes stuk te prikken.

Kwaliteit van schrijven opkrikken
De labels kunnen schrijvers ook helpen. De meeste intellectuele oneerlijkheid gebeurt ongewild. Iemand die in opstand komt tegen de toon van iets waarmee hij het oneens is, zal waarschijnlijk overtuigd zijn dat hij werkelijk iets zinnigs zegt. Uitzoomen en van een afstandje kijken naar zijn standpunt in de meningsverschillen-hiërarchie kan hem inspireren om een stapje hoger te zetten naar een tegenargument of een weerlegging.

Discussies minder gemeen = meer gelukkige mensen
Maar het grootste voordeel van het op een goede manier oneens zijn, is niet alleen dat het gesprekken verbetert, maar dat het de mensen die die gesprekken hebben gelukkiger maakt. Als je conversaties bestudeert, zul je zien dat er veel meer gemeens te vinden is onder in MH1 dan boven in MH6. Je hoeft niet gemeen te zijn als je echt een punt kunt maken. Eigenlijk wil je dat niet eens. Als je werkelijk iets te zeggen hebt, staat gemeen zijn je maar in de weg.

Als het omhoog bewegen in de meningsverschillen-hiërarchie mensen minder gemeen maakt, zal het de meeste van hen gelukkiger maken. De meeste mensen genieten niet echt van gemeen zijn; ze zijn het omdat ze er niets aan kunnen doen.

Paul Graham, How to Disagree

(Dank aan Aike van Deursen voor zijn commentaar)

Wat is echt?

“Wat is ECHT?” vroeg het Konijntje op een dag, toen ze naast elkaar lagen, vlak bij de haard in de kinderkamer, voordat Nana op zou komen ruimen. “Betekent het dat je van binnen iets hebt dat zoemt en van buiten een palletje?”

“Echt is niet hoe je gemaakt bent,” zei het Leren Paard. “Het is iets dat met je gebeurt. Als een kind lang, heel lang van je houdt, niet alleen om met je te spelen, maar ECHT van je houdt, dan word je ECHT.”

“Doet dat pijn?” vroeg het Konijntje.

“Soms wel,” zei het Leren Paard, want hij sprak altijd de waarheid. “Als je ECHT bent, dan geef je er niets om dat het pijn heeft gedaan.”

“Gebeurt het allemaal ineens, net als opgewonden worden?” vroeg hij, “of stukje voor stukje?”

“Het gebeurt niet allemaal ineens,” zei het Leren Paard. “Je wordt het gewoon. Het duurt een hele tijd. Daarom gebeurt het niet vaak met dingen die gemakkelijk breken, of scherpe randen hebben, of heel voorzichtig behandeld moeten worden. In het algemeen ben je tegen de tijd dat je ECHT wordt, meestal kaalgeknuffeld, en je ogen zijn eruit gevallen en je poten bengelen erbij en je ziet er haveloos uit. Maar dat geeft allemaal niets, want als je eenmaal ECHT bent, ben je niet lelijk meer, behalve voor mensen die het niet begrijpen.”

Uit “Het Fluwelen Konijn” van Margery Williams, 1920

Meer verhalen lezen? Koop dan een van mijn verhalenbundels!

Wat is cognitieve dissonantie? – dat is zelfrechtvaardiging

Lees deze longread over Cognitieve Dissonantie en Zelfrechtvaardiging. Met uitleg van wat cognitieve dissonantie is, en met voorbeelden van cognitieve dissonantie.

Doen wat eigenlijk niet past

Cognitieve dissonantie is de onbewuste spanning die optreedt wanneer we iets doen waarvan we eigenlijk vinden dat het niet bij ons past. Om die spanning op te lossen, cognitieve dissonantie-reductie*, passen we ons verhaal aan. Waardoor we plotseling vinden dat wat we gedaan hebben eigenlijk wel bij ons past. Of niet zo erg is, want er was een goede reden voor. Kortom: alles om het idee dat we een ‘harmonieus en samenhangend’ persoontje zijn, overeind te houden. Dat laatste kun je ook wel ‘zelfrechtvaardiging’ noemen.

When Prophecy Fails

De aarde zou in een vloedgolf verdwijnen. Maar een groep uitverkorenen in Detroit zou per U.F.O. veilig worden weggevoerd naar de planeet Clarion. Deze gebeurtenis vormt het onderwerp van het onderzoek dat Leon Festinger in 1964 publiceerde onder de titel ‘When Prophecy Fails’ (Ebook). In zijn verslag introduceert Festinger het begrip ‘cognitieve dissonantie’ voor een theorie die tot op de dag van vandaag helpt om allerlei onverwacht gedrag van mensen te verklaren.

De UFO die niet kwam

Toen ze niet werden meegenomen in de langverwachte nacht, vielen ze niet van hun geloof. Dat had Festinger al voorspeld: hun geloof in het bestaan van de UFO’s en de waarheid van hun overtuigingen zou alleen maar sterker worden. Inderdaad: jubelend trokken de gelovigen de straat op, omdat dankzij hun toewijding (ze hadden van alles opgegeven om het de aliens naar de zin te maken) de aarde gespaard was gebleven.

Wat hier gebeurde? Toen de feiten niet klopten met de overtuigingen die ze vooraf hadden, pasten de gelovigen liever hun verhaal aan, dan conclusies aan de feiten te verbinden. Onbewust kozen ze voor deze uitweg die hun manier van denken over zichzelf als ‘gezonde verstandige mensen’ het minst bedreigde. De spanning van het ‘niet kloppen’ noemde Festinger ‘cognitieve dissonantie’

Dissonant: spanning in je lijf

De term dissonantie ontleende Festinger aan de muziek. Dissonant betekent ‘wanklank’, en dat is een toon die niet op een mooie manier past bij de andere tonen die op dat moment te horen zijn. De tonen zijn op zichzelf prima, maar bij elkaar passen ze niet. Je hoort het in dit filmpje goed het verschil tussen tonen die bij elkaar passen (consonant zijn, samen-klinkend) en tonen die dissonant zijn.

De afwisseling van dissonante en consonante klanken is een van de middelen waarmee muziek gevoel kan overdragen: je voelt het verschil in je lijf. Dit liedje van The Beatles begint bijvoorbeeld dissonant en gaat dan over naar tonen die mooi samen klinken.

Dissonantie (‘het dissonant zijn’) roept spanning op, een gevoel van ongemak. Bij cognitieve dissonantie is er in plaats van spanning tussen ‘tonen’ spanning tussen ‘cognities’.

Cognitie: het plaatje in je hoofd

Letterlijk betekent het woord cognitie zoiets als ‘kennis’ of ‘inzicht’. Festinger maakte de betekenis wat breder. Voor hem zijn  je overtuigingen, waarden en ideëen over jezelf en de wereld om je heen, allemaal cognities. Ook wat je spontaan doet komt als ‘plaatje’ in je hoofd terecht. Je cognities zijn er gewoon, je bent je daar niet van bewust.

Ook al weten we als mensen dat we ‘een vat vol tegenstellingen’ zijn, toch hebben we ten diepste het beeld van onszelf als een logisch samenhangende eenheid. Als we onszelf omschrijven doen we dat in termen die bij elkaar passen, die op elkaar aansluiten en elkaar niet tegenspreken. We zullen nooit zeggen dat we vrijgevig en gierig zijn, bijvoorbeeld. Dat zou inconsistent zijn. Die twee plaatjes passen niet bij elkaar, en de tegenstrijdigheid past niet bij het plaatje van onszelf.

Het opsporen van Cognitieve Dissonantie

Volgens Leon Festinger worden we als mensen toch steeds weer geconfronteerd met tegenstrijdigheden over onszelf. We krijgen nieuwe informatie die niet klopt met onze overtuigingen, waarden of ideeën. Of we doen iets dat daarmee niet strookt. Op zich kloppen beide cognities, zoals de losse tonen in een harmonie. Maar samen wringen ze en geven een ongemakkelijk gevoel. Meestal zijn we ons dat niet bewust. Dat heet cognitieve dissonantie.

In het dagelijks leven kun je cognitieve dissonantie op het spoor komen door de vreemde manier waarop die wordt opgelost: door het negeren van de feiten in het verhaal dat je jezelf over die feiten vertelt. Dit heet cognitieve dissonantie-reductie.

Liever je verhaal aanpassen dan je zelfbeeld

De UFO-gelovigen trokken geen conclusies uit het feit dat hun verwachting niet was uitgekomen. Ze hadden er enorm naartoe geleefd. Hun bezittingen verkocht. Alles van metaal verwijderd uit hun omgeving (want dat moest). In de nacht dat ze zouden meegenomen verwijderde een van de aanwezigen zelfs nog snel zijn vullingen (kwik), toen het toch wel erg lang duurde. Toen de zon opkwam kreeg de leidster plotseling de boodschap van de Aliens: “jullie hebben de wereld voor de ondergang behoed!” Deze boodschap was uiteraard beter te pruimen dan “jullie zijn gek”. Liever je verhaal veranderen dan je zelfbeeld aantasten.

Overigens geloofde de echtgenoot van de profetes er niets van. In de nacht dat ze met haar volgelingen zou worden meegevoerd door de aliens, ging hij gewoon naar bed.

(lees verder over het onderzoek van Festinger naar de UFO-cultus (engels))

Een oeroud voorbeeld van cognitieve dissonantie-reductie: de vos en de druiven

Er is een oeroude fabel die vaak gebruikt wordt om cognitieve dissonantie te illustreren: ‘de hongerige vos’ van Aesopus. Ik deel hem graag met je, en probeer daarna de tegenstrijdige cognities te achterhalen.

Een hongerige vos zag een fraaie tros druiven hangen aan een lange wijnstok.
‘Die zien er lekker rijp uit,’ dacht de vos.
Hij ging op zijn twee poten staan om de druiven te grijpen,

maar de tros hing te hoog.
De vos nam een aanloopje en sprong hoog in de lucht, maar nog kon hij de tros niet bereiken.
Wat de vos ook probeerde, het lukte hem niet de druiven te pakken.
Dus gaf hij op. De vos keerde zich om met de neus in de lucht en liep weg alsof het hem niks kon schelen. ‘Ik dacht dat die druiven rijp waren,’ zei hij tegen zichzelf, ‘maar nu zie ik dat ze toch zuur zijn.’
 Aesopus (ca. 600 voor Christus)

Hoge dunk van jezelf overeind houden

Het is voor de vos makkelijker om zijn mening over de druiven aan te passen, dan de spanning van tegenstrijdige cognities uit te houden.

  1. ik heb trek in druiven
  2. deze druiven zien er zoet uit
  3. ik kan goed druiven plukken
  4. ik ben een doorzetter
  5. ik kan deze druiven niet plukken
  6. ik geef op

Blijkbaar heeft de vos een redelijk hoge dunk van zichzelf… Om cognitie 1, 3 en 4, onderdeel van zijn positieve zelfbeeld, overeind te houden, relativeert hij cognitie 5 en 6. Hij doet dat door de druiven zuur te verklaren: ze waren de moeite niet waard, anders had hij zich wel echt ingespannen en ze te pakken gekregen. Deze vorm van cognitieve dissonantie-reductie kom je bij mensen met een hoog zelfbeeld én bij mensen met een laag zelfbeeld tegen trouwens. Als ze succes hebben, ligt dat bij mensen met een laag zelfbeeld vaak aan anderen: ze onderschatten hun eigen inbreng. En als iemand met een hoge dunk van zichzelf faalt, dan ligt dat natuurlijk niet helemaal aan hem.

Een tweede voorbeeld van cognitieve dissonantie: Ik ben een goed mens

In de voetgangerstunnel zit een bedelaar tegen de muur, met een bakje aan zijn voeten. Hij houdt een papiertje vast met ‘dakloos’ erop. Het is duidelijk dat hij geld verwacht: er ligt al wat kleingeld in het bakje. Wat doe je als hem ziet zitten? Geef je wat kleingeld, of niet? Er wordt een beroep gedaan op je hulpvaardigheid. En jij bent een hulpvaardig, empathisch mens. Kun je nog doorlopen zonder iets van het losse geld te geven dat je in je portemonnee hebt?

Wat denk je?

Ja natuurlijk kan dat. Maar het lukt niet zonder slag of stoot. Niet zonder gedachten die in je opkomen. Je zult bijvoorbeeld moeten denken ‘ik heb hem vorige keer ook al geld gegeven’. Of: ‘bedelen hoeft niet in Nederland’. Of: ‘hij ziet eruit als een junkie, ik wil zijn gebruik niet sponsoren’.

Wringende cognities

Er zijn in dit voorbeeld drie cognities die met elkaar wringen:
1- je bent een hulpvaardig mens,
2- er wordt een beroep op je hulpvaardigheid gedaan,
3- je helpt niet.

Onbewust los je de spanning op door gedachten te krijgen die cognitie 2 veranderen (de bedelaar die een beroep doet op je hulpvaardigheid), waardoor je actie (doorlopen zonder te geven, cognitie 3) weer harmonieert met je zelfbeeld (hulpvaardig, cognitie 1). Dankzij die gedachten kun je zonder te geven met jezelf blijven leven.

Klopt mijn reactie wel met de feiten?

Als je je gedachten kritisch onder de loep neemt, blijkt echter dat er sprake is van cognitieve dissonantie. Cognitieve dissonantie kun je alleen op het spoor komen doordat de gedachten of daden waarmee je op een situatie reageert, niet overeenkomen met de feiten.

Dat je überhaupt dergelijke gedachten hebt, en niet onaangedaan blijft, is al een teken dat er cognitieve dissonantie in het spel was. De gedachte ‘ik heb hem vorige keer ook al geld gegeven’ is feitelijk geen reden om het niet vandaag opnieuw te doen. Bedelen hoeft niet in Nederland, misschien, maar je weet niet waarom deze persoon daar zit. En op grond van uiterlijk bepalen dat iemand een junkie is… is dat een goede reden om geen geld te geven?

Zelfrechtvaardiging: om lekker te slapen

Cognitieve dissonantie-reductie draait om zelfrechtvaardiging. Zelfrechtvaardiging is een onbewust mechanisme waarmee we ons zelfbeeld overeind houden. En daar gaan we heel ver in! We willen onszelf namelijk wel goede en verstandige mensen blijven vinden. Ook al hebben we dan iets gezegd of gedaan dat slecht of onverstandig was.

Voordeel hiervan? We kunnen ’s nachts lekker slapen. Maar nadelen zijn er ook. We komen bijvoorbeeld niet toe aan het herstel van relaties. Want hé, wij hebben toch niet zoveel fout gedaan? En soms gaan we over lijken.

Feiten verdraaien, idealen afzwakken

Carol Tavris en Elliot Aronson concluderen in hun aanstekelijke boek Mistakes were made (but not by me) dat cognitieve dissonantie meestal wordt opgelost, door de feiten zo te interpreteren dat ons zelfbeeld overeind blijft. Wij zien onszelf als goede, redelijke, verstandige, coherente mensen. Als we iets doen dat strijdig is met ons zelfbeeld, bijvoorbeeld het verloochenen van een ideaal, dan zullen we eerder dat ideaal afzwakken dan ons zelfbeeld te dimmen. Zo doen we aan zelfrechtvaardiging, en verzetten ons tegen zelfverloochening.

Zelfrechtvaardiging gaat onbewust

Zelfrechtvaardiging is een onbewust proces. Je overtuigt jezelf ervan dat je aan de goede kant staat. Dan is het soms nodig om je eigen fouten, en je verkeerde besluiten, te minimaliseren. Ook moet je je eigen morele uitglijders meer relativeren dan die van anderen. Zelfrechtvaardiging maakt ons bovendien minder gevoelig voor de discrepantie tussen onze morele overtuigingen en onze daden.

Ons geheugen bedriegt ons

Helaas is zelfrechtvaardiging een onbewust proces. Ons geheugen bedriegt ons, het is een ‘onbetrouwbare historicus’. Als we een herinnering ophalen, wordt die ingekleurd en aangepast door een egocentrisch vooroordeel. De scherpe kantjes worden eraf gehaald, onze eigen bijdrage aan de ellende gereduceerd. Zodra we die herinnering hebben, gaan we er meer en meer in geloven: het wordt onze waarheid.

Onze waarneming bedriegt ons

Zo sterk is de zelfrechtvaardiging, dat we de feiten niet kunnen waarnemen los van onze eigen interpretatie.

“Ik heb nooit van je gehouden!” Valt jou ook op dat mensen dit alleen zeggen als de relatie op een nare manier geëindigd is?

Zelfrechtvaardiging is gezond

Een zekere mate van eigenliefde hoort bij psychisch gezonde mensen: dit zorgt dat we in onszelf investeren. We hebben het nodig om onszelf als samenhangende eenheid te ervaren, met een illusie van redelijke controle over ons eigen (innerlijke) leven: het alternatief is een verlammende angst. We hebben zelfrechtvaardiging nodig. Zo zeer nodig, dat het een onbewust proces is.

Een goed gevoel over jezelf

Voordeel hiervan? We kunnen ’s nachts slapen zonder onszelf te kwellen met schaamtegevoel en spijt, zonder in twijfel te malen over onze besluiten. We kunnen activiteiten in de wereld ontplooien omdat we ons goed voelen over onszelf.

Nadelen van zelfrechtvaardiging

Er kleven grote nadelen aan ons onbewuste proces van zelfrechtvaardiging. Omdat we de feiten geweld aandoen, en onze verhouding tot andere mensen.

Verdraaide waarheid

– Omdat we onze fouten niet eens zien, komen we aan herstel niet toe.
– Onze perceptie van de werkelijkheid wordt verstoord, waardoor we informatie niet neutraal waarnemen.
– De kloof tussen mensen, partners, staten wordt ongewild vergroot.
– Ongezonde gewoontes zijn lastig los te laten.
– Schuldigen vermijden het om verantwoording te nemen.
– Professionals deinzen ervoor terug om een achterhaalde houding bij te stellen
tot schade van de mensen voor wie zij zich inzetten

Zelfrechtvaardiging en misdaad

Tavris en Aronson citeren een figuur uit een roman van Tolstoj, die op de vraag ‘Waarom haat je hem zo?’ antwoordt:

‘Ik heb hem een rotstreek geleverd, en sindsdien ben ik hem gaan haten.’

Als we iets slechts doen, iets dat niet overeenkomt met onze morele overtuigingen, erkennen we dat niet door te bekennen dat we in staat zijn tot slechte dingen. Veel eerder rechtvaardigen we onszelf, door degene die lijdt onder onze daden aan te wijzen als veroorzaker.

Verkracht? Ze vroeg erom!

‘U zegt wel dat het verkrachting was, maar ze vroeg erom met haar uitdagende kleding. Ik heb haar trouwens geen nee horen zeggen.’
– ‘Dat kon ze niet zeggen want u had haar gedrogeerd.’
‘Tja, als iemand zo slecht op haar drankje let, dan nodigt ze je eigenlijk uit om er drugs in te stoppen.’

Het zijn ook gewoon beesten

Krijgsgevangenen werden in de Tweede Wereldoorlog opgesloten binnen een omheining. Zonder beschutting, zonder eten. Als er een homp brood over het hek werd gegooid, vochten ze erom als honden. De ene bewaker stootte de ander aan en zei: ‘Zie je wel wat voor beesten het zijn?’

Abu Graib

In “onze tijd” kent iedereen de foto’s die door bewakers gemaakt werden in de Abu Graib-gevangenis. Ze lijken hun behandeling Zie je wel: het zijn geen mensen.

En wat kun je eraan doen? Even STOP roepen!

Zelfrechtvaardiging is gezond. En cognitieve dissonantie-reductie is een onbewust proces. Zelfs als je weet dat het gebeurt, gebeurt het nog. Wat kun je eraan doen? In ieder geval kun je, zodra je dat unheimische gevoel waarneemt van spanning in jezelf, even STOP roepen. Even pauzeren. Even afstand nemen, en je niet mee laten slepen. Bij twijfel niet inhalen. En stilstaan bij de vraag: wat wil ik nu echt? En wat heb ik te verliezen?

* Het is populair om iemand anders van ‘cognitieve dissonantie’ te beschuldigen. Hierboven lees je dat dat niet klopt: wat je uiteindelijk bij een ander ziet gebeuren is een voorbeeld van ‘cognitieve dissonantie-reductie’ of zelfrechtvaardiging.

De rozenstruik

Iemand kocht een oud huisje met een grote tuin eromheen. Ze kluste de hele winter dag en nacht om het dak te dichten, leidingen te vervangen en vloer en muren te isoleren.

Toen alles geschilderd en gestoffeerd was kon ze verhuizen,
was het lente en was ze moe.

In de tuin liep alles uit, dat ging sneller dan verwacht.
En omdat er ook in de tuin jarenlang geen onderhoud was
gepleegd, woekerden planten over de paadjes en over het terras.
In de perken werden bloemen verdrongen door hop en zevenblad.

Op zonnige dagen stond ze voor het raam met een kopje thee.
Verlangend naar haar tuin. Maar te moe om de chaos te lijf te gaan.
Toen besloot ze haar moeder om raad te vragen: ‘Ik weet gewoon niet waar ik moet beginnen.’
De moeder vroeg: ‘is er in de tuin een plant die je mooi vindt?’
‘Ja, ergens staat een rozenstruik.’
‘Dan moet je dit doen: begin rondom de rozenstruik,
geef haar eerst rustig wat ruimte.
En werk vanaf die plek steeds een stukje verder.’

Meer verhalen lezen? Koop dan mijn E-book