Playing hard to get

Wat ik nu ga schrijven, klinkt als een nogal ‘fout’ dating-advies. Maar het is wel waar.

Iemand heeft zichtbaar een oogje op je. Jij vindt haar ook ontzettend leuk. Wat doe je? Maak je je gevoel bekend, of laat je de spanning nog wat oplopen? Als je de ander stevig aan je wilt binden, kun je het beste ’t laatste doen. Playing hard to get werkt: hoe meer je beoogde partner moet investeren om jou het hof te maken, des te meer zal ze jou koesteren als je eenmaal overstag bent gegaan.

Rechtvaardiging van inspanning

Het staat zelfs in de marketinglesboeken: houd rekening met cognitieve dissonantie. Als een klant een dure aanschaf heeft gedaan, zal hij achteraf zoeken naar bevestiging dat hij de juiste keuze heeft gemaakt. Na aankoop van een auto worden meer recensies over die auto gelezen, dan ervoor. Gek hè? Maar niet zo gek als je het in het licht ziet van cognitieve dissonantie.

Even terughalen: cognitieve dissonantie is de psychische spanning die ontstaat als we iets doen, zeggen, denken of voelen dat ingaat tegen een overtuiging die we over onszelf hebben. Bijvoorbeeld: als ik in een kwade bui iemand een klap verkoop, gaat dat in tegen de overtuiging dat ik een vredelievend mens ben. De onaangename sensatie van dissonantie willen we verminderen. Dat gaat onbewust, en wel door iets aan ons verhaal over de feiten te veranderen. We maken onszelf onbewust iets wijs, waardoor we ons zelfbeeld (de set overtuigingen van ‘wie we zijn’) overeind kunnen houden. Ik geef in een kwade bui een klap, maar ik ben toch vredelievend want die ander had het er echt naar gemaakt, echt!

Op dezelfde manier rechtvaardigen we de inspanning (in tijd, geld, en/of moeite) die we ergens voor geleverd hebben, door het resultaat hoger te waarderen. Zelfs als dat nuchter bekeken nergens op slaat.

Ontgroening

Lid worden van een studentenvereniging doe je om erbij te horen. Je wilt mensen leren kennen. Je hoort geweldige verhalen over vriendschap met de jaarclub die een leven lang blijft duren. Of je wordt aangemoedigd door vrienden of familie, die ook bij een vereniging zitten of zaten: je zult er de tijd van je leven hebben. Vaak klopt dat. Hechte verbinding met andere mensen draagt bij aan kwaliteit van leven. Het horen bij een vereniging met eigen tradities en rituelen voegt een speelse dimensie toe aan je bestaan. En contacten met andere studenten uit allerlei studies geven je toegang tot een breed netwerk.

Voor het lid worden van een vereniging hebben de meeste eerstejaars dus best wat over: juist, de ontgroening! Maar de vorm die de ontgroening soms heeft (gehad): een periode van onderdrukking en ontberingen, slaat nuchter bezien nergens op. Toch werkt(e) het wel, dankzij het psychologische mechanisme van rechtvaardiging van inspanning. Als je jezelf vrijwillig, als weldenkend mens, aan allerlei vernederende activiteiten hebt blootgesteld, en op die manier lid van een club geworden bent, is het makkelijker om dat lidmaatschap superhoog te gaan waarderen, dan toe te geven dat de vernedering het niet waard is geweest. Je kunt het immers niet meer terugdraaien, en je bent ondanks alles een weldenkend mens.

Dit mechanisme schijnt ook te spelen bij sommige MBA-scholen, als die zo belachelijk veel werk van hun studenten vragen, dat zij hun diploma achteraf gaan zien als essentieel voor hun carrière. Een periode van tegenslag in je leven (dat overkomt ons allemaal) wordt, in dezelfde lijn, achteraf soms geïdealiseerd tot het een noodzakelijke leerschool is geweest.

En dat jaar High School waarin je zo eenzaam was, heeft je achteraf natuurlijk erg veel over jezelf geleerd. Het zou eens allemaal zinloos en voor niets zijn geweest, zeg!

Dure aankoop

Voor de meeste mensen, die met een laag tot gemiddeld inkomen, levert een dure aankoop ook cognitieve dissonantie op. We zien onszelf natuurlijk als verstandige mensen. En dure spullen zijn vaak niet beter dan hun wat minder dure varianten. Van een wit porseleinen bord is het, als je het nuchter bekijkt (en wij zijn verstandige nuchter mensen), bijvoorbeeld niet anders eten dan van een wit bord van Action. Hoe rijm je dit met elkaar? Dat hoef je niet te doen: onbewust ga je hard op zoek naar manieren om de onbewuste spanning die de dure aankoop oplevert, te reduceren. ‘Goedkoop is duurkoop’ is zoiets. En ‘kwaliteit mag wat kosten’. Erg vreemd om zulke argumenten al te gebruiken nog voor je de aankoop langere tijd op kwaliteit hebt kunnen testen.

Het is je vast ook wel eens overkomen dat iemand die je kende een duur product in huis had gehaald, en jou vervolgens begon te bestoken met argumenten waarom het toch zo’n goede aanschaf was. Of heb je het jezelf wel eens horen doen? Om de twijfel weg te nemen en jezelf via de ander te overtuigen? Als het je bij die redelijke ander lukt, is dat het bewijs dat je zelf een redelijk besluit nam!

Klantenservice?

Bedrijven bellen je soms na een week om te vragen hoe het product bevalt: zo kunnen ze eventuele twijfel achteraf sussen, en je bevestigen in het idee dat je een goede aankoop hebt gedaan. Dat is ook de reden dat autobedrijven je bij aanschaf lid maken van een ‘bezittersclub’ vaak inclusief clubblad, dan wel een clubwebsite met kortingsaanbiedingen: zo vind je elke maand alle reden om blij te zijn met je aanschaf. In een marketingboek werd iemand van Unilever geciteerd, die aangaf hoe belangrijk de klantenservice was in het bewaken van het goede gevoel dat mensen bij hun producten hadden.

Customer care heeft dus op het vlak van de marketingpsychologie niet zoveel met zorgzaamheid te maken. Het is gewoon een kwestie van cognitieve dissonantie-reductie.

(Zou je die iPad, waar je zo hard voor gespaard hebt, werkelijk aan anderen aanraden? Kijk eens kritisch naar je eigen argumenten?)

Het IKEA-effect

Datgene waarvoor je hebt moeten werken, is meer waard. Je vindt de geliefde waarvoor je door het slijk bent gegaan, als je hem eenmaal gekregen hebt, waarschijnlijk leuker dan wanneer je minder je best had moeten doen. De studentenvereniging biedt vriendschappen voor het leven – want anders zou het die ontgroening niet waard zijn geweest. Zo schijnt het ook met IKEA-meubels te werken: je hebt er meer mee als je zelf hebt gemonteerd. Een dure auto, ten slotte, is zijn prijs vaak wel waard geweest. En anders heb je gewoon pech gehad: een verkeerde keuze is het pas als er geen andere opties meer zijn.

De factor tijd

Moeite hebben we gehad, geld ook… maar de tijd die je soms ergens in steekt is ook een enorme investering. Het psychologische mechanisme van inspannings-rechtvaardiging achteraf kom je dus tegen als een project al erg lang duurt. Wie veel tijd heeft geïnvesteerd in het schrijven van een voorstel, zal niet een-twee-drie openstaan voor het idee om dat voorstel terzijde te schuiven. Hoe goed de tegenvoorstellen misschien ook zijn. En het valt altijd weer tegen hoe weinig Marktplaatsbezoekers bereid zijn te bieden voor spullen die jij na lange tijd twijfelen toch maar te koop hebt gezet.

En als het tijdrovende project een relatie is, dan hoor je soms: “We zijn 50 jaar samen, daar zet je toch niet zomaar een punt achter?” Dat krijg je ervan, als je gaat voor iemand die hard to get was…

Veroorzaakt religie geweld? Duh! Of toch niet…

De vraag naar de oorzaken van geweld in de wereld is belangrijk, als we het geweld willen verminderen. Het onderzoeken van de rol van religie bij geweld is daar een onderdeel van. Professor William Cavanaugh, hoogleraar theologie aan De Paul University en auteur van ‘The Myth of Religious Violence’, gaf 22 maart een lezing in Groningen met als titel ‘Does Religion Promote Violence’. Hieronder werk ik mijn aantekeningen uit. Ik ben feilbaar en vind dat prima.

Deel 1. Twee werelden, seculier en religieus

’Religie motiveert geweld’

Als je naar de wereld van vroeger en nu kijkt, kun je niet anders dan deze vraag met ja beantwoorden, toch? Praktisch iedereen kent uit de geschiedenis de kruistochten, inquisitie, de heksenvervolging: allemaal voorzien van religieuze motivatie. In onze tijd is de agressie tegen moslims van Boeddhistische monniken in Myanmar misschien niet zo bekend, maar zeker wel het geweld van ISIS in het Midden-Oosten. En terroristische aanslagen in Parijs, in steden in Afrika en deze week in Brussel duwen ons met de neus op het feit dat er een verband is tussen religie en geweld: de daders bleken in naam van hun godsdienst te opereren.

‘Duh!’

Toch spreekt William Cavanaugh, over de ‘Mythe van het religieuze geweld’. Dat doet hij op de avond van 22 maart 2016, dag van de aanslagen in Brussel, voor een (daarom?) tot de nok toe gevulde zaal. Het is volgens hem een mythe, dat religie geweld veroorzaakt. Een wijdverbreide mythe, dat wel.Toen op een poster zijn lezing (Does Religion Promote Violence) op een Amerikaanse Universiteit werd aangekondigd, kalkte iemand er met grote letters doorheen: ‘DUH’!

‘Zwakke tegenargumenten’

Tegenargumenten die je vaak hoort, zijn zwak. Bijvoorbeeld: ’Ja maar het geweld is niet religieus gemotiveerd, het komt voort uit armoede, uit economische ongelijkheid.’ O ja? Waarom leent religie zich dan zo goed als excuus? Of: ‘Ja maar het zijn geen echte moslims/christenen/etc. die zoiets doen!’ Dat verhult het probleem dat het blijkbaar mogelijk is om binnen dezelfde religieuze traditie of met hetzelfde heilige boek in de hand, compleet verschillend te handelen. Een probleem dat binnen Christendom en Islam serieus besproken zou moeten worden en niet ontkend.

Seculier en religieus

De gedachte dat het waar is, dat religie een gevaar is, beïnvloedt zowel de binnenlandse als de buitenlandse politiek van het Westen. Het Westen ziet zichzelf ondertussen als ‘seculier’, en creëert dus een tegenstelling tussen seculier en religieus. Seculier is dan bijvoorbeeld politiek, economie, nationalisme, marxisme, atheïsme, liberalisme, kapitalisme etc. Dat is niet religieus. En dus ook minder gewelddadig. Religie is inherent irrationeel, gaat over ongrijpbare passies, terwijl het seculiere rationeel is en voor rede vatbaar. Er is in de algemene beleving een stabiele kloof tussen religieus en seculier, op grond waarvan beleid gemaakt kan worden.

Verwarring

Kijken we naar de vorige eeuw vanuit de tegenstelling tussen seculier en religieus, dan ontstaat toch wat verwarring. Want in tegenstelling tot vroeger eeuwen, vielen de meeste slachtoffers in de 20e eeuw door geweld dat niet-religieus was gemotiveerd. Denk aan de doden van de Eerste Wereldoorlog: gemotiveerd door gepassioneerd nationalisme. Denk aan Stalin, Mao en Pol Pot die miljoenen doden op hun atheïstische geweten hebben. Denk aan de oorlogen die gevoerd werden om grondstoffen, om olie…

Stiekem toch religie?

Om de verwarring op te heffen, schuift een groot aantal bekende auteurs wat met de termen. Ze zijn allemaal anti-religieus en pro-seculier. Christopher Hitchens bijvoorbeeld stelt dat de ideologie van het totalitarisme (denk aan de nazi’s) streeft naar perfectie: dat doet religie ook. Dus totalitarisme is religie. Hitchens stelt overigens ook (hilariteit in de zaal) dat Martin Luther King niet religieus was: hij was enkel in naam ‘christelijk’, want hij was immers niet gewelddadig. Bhikhu Parekh introduceert de term ‘quasi-religieus’ om seculiere categorieën die toch gewelddadig zijn, bij religie te kunnen indelen. In de Verenigde Staten heeft nationalisme sterke religieuze trekken: denk aan het zweren van trouw aan de vlag.

Wat is religie eigenlijk?

De categorie religie blijkt zelf trouwens voor wat verwarring te zorgen. Wat is het eigenlijk? Gaat religie over goden? Dan horen Taoisme en de hoofdstroming van het Boeddhisme er niet bij. Is het idee van het transcendente dan onderscheidend? In dat geval doen nationalisme en marxisme ook mee als religie: het zijn immers idealen die voorgegeven, vaststaand, los van de context moeten bestaan.

Seculier en religieus is geen goed onderscheid

Kortom: het seculiere en het religieuze zijn helemaal niet zo helder van elkaar te onderscheiden als wel wordt beweerd. En er is geen stabiele kloof tussen beide begrippen. De oplossing om alles wat kwaad kan dan maar bij religie onder te brengen, is flauwekul.

Deel 2. Historisch

Waar komt het onderscheid seculier-religieus vandaan?

Religie is een begrip dat wordt ingevuld naar de smaak en de bedoeling van de onderzoeker. Wil je religie aanwijzen als oorzaak van het meeste kwaad in de geschiedenis, dan moet je helder kunnen aanwijzen wat religie is, en het als geïsoleerd begrip (‘discrete categorie’) kunnen gebruiken. Dat blijkt problematisch. In het oude Rome was bijvoorbeeld geen onderscheid tussen religie en politiek. De Keizer was Pontifex Maximus, de belangrijkste priester of zelfs een godheid.

Uit de vroegmoderne periode

In de vijfde eeuw betekende ‘religio’ het respect tussen de ene man en de andere. ‘Het is religie voor mij’ betekende vervolgens zoiets als ‘het is voor mij belangrijk’. In de middeleeuwen werd het begrip religie gebruikt voor de kloosterorden (ook vandaag de dag worden monniken en nonnen wel aangeduid als ‘religieuzen’). Religie als discrete categorie is een uitvinding van het vroegmodernisme, de periode in onze geschiedenis tussen 1500 (ongeveer ’de ontdekking van Amerika’) en 1800 (ongeveer ‘de Franse Revolutie’).

Machtsstrijd tussen kerk en staat

De vroegmoderne periode kenmerkt zich door een strijd om de macht: mag de kerk rechtspreken, of doet de koning dat? Door het onderscheid te gaan maken tussen het ‘religieuze domein’ en het ‘seculiere/wereldlijke domein’, konden de machthebbers tegen de kerk zeggen: terug in je hok, dit is ons territorium.

Kolonisatie verspreidt het onderscheid

De vroegmoderne periode was de tijd van de kolonisatie: het idee van een onderscheid tussen religieus en seculier werd op die manier geëxporteerd. Ontdekkingsreizigers rapporteerden: ‘de inboorlingen hebben geen religie’. Toen de westerlingen de macht overnamen, hadden ze wel een religie: hun lokale cultuur werd zo genoemd en kon verbannen worden naar een domein buiten het bestuur en de rechtspraak – daar namen de kolonisatoren met hun cultuur de macht over. Een belangrijk voorbeeld is het Hindoeïsme: dat doordrong alle aspecten van de maatschappij in India. De Britten labelden het als religie, en verbanden het naar de privé-sfeer.

Onderscheid gemotiveerd door macht

De oorspronkelijke reden om religie af te bakenen van het seculiere, heeft dus alles te maken met macht. De splitsing tussen ‘religieus’ en ‘seculier’ was een manier om de macht van de kerk af te nemen, en om de lokale cultuur van het land dat men had overwonnen uit te schakelen van invloed.

3. Vreemde gedachtekronkels

1940 als kanteljaar

Waarom zegt iedereen dat religie geweld promoot, en dat we religie moeten marginaliseren om onze seculiere idealen te verdedigen en te verspreiden? Dat gebeurt in de Verenigde Staten overigens sinds 1940. Tot dat moment oordeelde het Hooggerechtshof in meerdere zaken dat religie ‘cohesiebevorderend’ werkte. Na 1940 werd religie ineens ondermijnend en gevaarlijk: Jehova’s Getuigen weigerden de vlag te groeten en werden gezien als een bedreiging van de eenheid die nodig was in deze tijd van oorlog. En hoewel er in de jaren ’40 pogroms uitbraken tegen Jehova’s Getuigen, die werden mishandeld, gecastreerd, gedood, oordeelde het Hooggerechtshof in die jaren dat het seculiere een einde had gemaakt aan de bittere strijd tussen religies. Religie verdeelt mensen en veroorzaakt op die wijze geweld. In het kader van patriottistische rituelen mocht de naam van God overigens best genoemd worden.

Irrationeel

De anti-religieuze schrijvers die hierboven zijn aangehaald, die opereren vanuit de stelling dat religie inherent irrationeel en kwaadaardig is, en een bedreiging voor het vreedzame seculiere, trekken hun conclusies voor de wereldpolitiek. Bijvoorbeeld: Moslims mengen religie en politiek, terwijl die in het Westen keurig gescheiden worden gehouden. Daarom zijn Moslimstaten irrationeel, en kunnen we soms niet anders dan ze de rationaliteit binnen bombarderen. Christopher Hitchens was een fel voorstander van de Irak-oorlog (die ons ISIS heeft opgeleverd).

Geweld verantwoordt geweld

Sam Harris schreef ‘The End of Faith’ (2004). Hij schrijft hoe religie verantwoordelijk is voor de walgelijke marteling van heksen in de 17e eeuw. En terroristen die vanuit religie niets dan kwaad willen mogen gemarteld worden, dat is zelfverdediging. Volgens Harris kun je dus (Cavanaugh chargeert) met religieuze mensen eigenlijk niet praten, je kunt ze nooit geheel vertrouwen, je kunt ze net zo goed doden. Aanvallen van moslimstaten is in wezen zelfverdediging: omdat ze religieus zijn zullen ze altijd een dreiging vormen. De mythe van religieus geweld wordt aangewend om geweld te verantwoorden. Het boek van Harris werd een bestseller.

4. Religieus en seculier geweld

Conclusie

Er is geen helder onderscheid te maken tussen wat religieus is en wat seculier. Religie aanwijzen als ‘inherent gewelddadig’ en het seculiere daarvan onderscheiden als ‘inherent vreedzaam’ slaat nergens op. De mythe van religieus geweld is een zuiver (geen zuivere) ideologische rechtvaardiging voor het geweld dat ‘seculiere landen’ gebruiken.

Geweld zelf is het probleem

Je komt in de wereldgeschiedenis allerlei redenen tegen om voor te doden. Zwart-wit-tegenstellingen zoals tussen seculier en religieus maken de wereld weliswaar overzichtelijk, maar ook een slechtere plek om in te leven. Er wordt geweld mee gelegitimeerd. En dat geweld zelf is het probleem.

Islam gewelddadig?

En de Islam dan, promoot de Koran geen geweld? ‘De Islam’, wat is dat? 1 miljard gelovigen? Staan al die neuzen dezelfde kant op? Net als de Bijbel bevat de Koran veel gewelddadige passages en oproepen. Maar net als in het christendom en het marxisme is een hoofdstroming die probeert door interpretatie van de teksten te komen tot een manier van geloven die de andere waarden en idealen van vreedzaam samenleven integreert. 140 Vooraanstaande Islamitische geestelijken schreven een brief aan de leider van ISIS, Al-Baghdadi, waarin ze op grond van de Koran en de Hadith de ideologie en het geweld van deze beweging (die vooral moslimslachtoffers eist) veroordelen. De Irak-oorlog werd overigens indertijd gemotiveerd door seculiere gedachten: ‘Wij brengen vrede’. En zie hoeveel geweld daarbij werd gebruikt…

Wat kunnen we doen tegen geweld?

Hoe moeten we iets doen tegen geweld in de wereld? In ieder geval niet door de wereld te versimpelen in twee partijen waarvan de ene gewelddadig is en de ander niet. Ja, er zijn mensen die zeggen dat het in naam van hun ideologie is dat zij geweld plegen. Maar dat wil niet zeggen dat die ideologie in de kern gewelddadig is. Denk aan de Boeddhisten in Myanmar… We moeten af van de gedachte dat de wereld zwart-wit is. En bij iedere gelegenheid van geweld inzoomen op de motieven van de geweldplegers, en de context waarbinnen het geweld wordt gepleegd. De wereld is complex: kijk naar de feiten en laat je eigen ideologische opdeling van de wereld thuis. Drones én zelfmoordterroristen eisen onschuldige slachtoffers.

Let op je taal

Ook de manier waarop wij over geweld spreken zou anders moeten. Laat je niet verleiden om religieuze terminologie over te nemen. Wat de zelfmoordterroristen in Brussel hebben gedaan, is een grote misdaad. Die berecht moet worden door de strafrechter. Laat termen als ‘heilige oorlog’ erbuiten, want die roepen een wereld van zwart-wit op die in werkelijkheid niet bestaat. Breng het terug tot de proporties van de omgeving waarbinnen het gebeurt.

Verslag van de lezing van William Cavanaugh voor Studium Generale in Groningen, 22 maart 2016

Psychische jeuk

Een studente belt bij me aan, rond etenstijd. Om haar nek een ID-kaart, en op haar arm een map met logo van een goed doel. Ze vraagt me of ik het ook zo erg vind, van die zieke kinderen. En prikt op die manier met de precisie van een steekmug mijn gevoel van medelijden aan.

Nee zeggen doet een goed mens niet

Volmondig zeg ik ja op haar vragen. Nee zeggen komt niet bij me op, dat doet alleen iemand zonder gevoel. Terwijl ik een rechtvaardig en empathisch mens ben. Een goed mens. Mijn zelfbeeld staat op het spel!

Ik ben een goed mens!

Dan biedt de student mij een fantastische mogelijkheid. Ik kan iets doen met het gevoel van medelijden en rechtvaardigheid dat haar vragen in mij hebben aangeprikt. Aan mezelf laten zien dat ik een goed mens ben. Want ik kan hier en nu een donatie-abonnement afsluiten om het goede doel steunen dat er met mijn geld werk van maakt. “En dat kan al vanaf 5 euro per maand.”

Nee zeggen is mezelf verloochenen

Probeer dan nog maar eens nee te zeggen. Je bent onbewust herinnerd aan wat een goed mens je bent, vol empathie en rechtvaardigheidsgevoel. Zeggen: ‘Ja ik vind het heel erg maar ik wil er toch niets aan doen’, dat zou zelfverloochening zijn.

Het is een toneelstukje

Het is erg knap in elkaar gezet, dat gesprek aan de deur. Vanaf de eerste vraag neemt de studente de leiding, en drijft me in de richting van een keuze door mijn onbewuste zelfbeeld te prikkelen: een abonnement of mezelf verloochenen. Dat heeft ze geleerd en geoefend: elke vraag en reactie van haar kant is voorgekookt. Ik draai nietsvermoedend mee in een toneelstukje waarvan zij alleen het script heeft. Resistance is futile!

Nee zeggen geeft psychische jeuk

Als de eerste vraag gesteld is, kan ik niet zomaar meer ontsnappen aan het script. Aan het einde nee zeggen levert me geheid psychische jeuk op. Tussendoor het gesprek afbreken gaat in tegen wat ik geleerd heb dat netjes is, en ik ben netjes (toch?). En ook bij voorbaat nee zeggen zorgt voor kriebels, want: wat ben ik voor mens als ik niet eens opensta voor een goed doel? Het jeukt op een plek waar ik met mijn verstand niet goed bij kan.

Zijn het geen rotzakken dan?

Allemaal rotzakken zijn het, want ze beïnvloeden je tegen je zin, die goededoelenabonnementenverkopers. Dat zou je zo maar kunnen denken. Wat een goede oplossing!  En tegen rotzakken mag je nee zeggen zonder je schuldig te voelen, toch?

Toegevoegde gedachten om de jeuk te verzachten

Psychische jeuk kom je vaak pas op het spoor door je gedachten naast de feiten te leggen, als je concludeert dat ze niet kloppen. Feit is dat ik helemaal geen reden heb om van de studente die bij mij aanbelt bij voorbaat een rotzak te maken. Het toevoegen van die gedachte helpt me wel om de jeuk van mijn nee (of het nu bij voorbaat van het gesprek is, tussendoor of achteraf) wat te verzachten.

Slotsom: ik ben goed

Alles om mijn zelfbeeld overeind te houden. Want ik ben goed. Ook al steun ik geen goede doelen. Ehm… ik moet even krabben…

Deze post is onderdeel van een serie over cognitieve dissonantie

Lees hier deel 1

Teleurstelling als nieuw begin – Podcast

Luister naar onderstaande tekst
(opgenomen voor ZinCast van IKON)
Teleurstelling…

“It started out with a kiss… how did it end up like this?” (Liedje van The Killers)
Je had het niet verwacht maar toch overkomt het je. Dat meisje waar jij mee zoende, gaat met een ander naar bed. Of… Je beste vriendin blijkt achter je rug om over jou te roddelen. Het is als een klap in je gezicht. Je bent eerst boos en verdrietig, en vervolgens alleen nog maar diep teleurgesteld.

… van je verwachtingen

Je raakt teleurgesteld als mensen niet doen wat jij van ze verwachtte, of dingen doen die tegen je verwachtingen ingaan. Je kunt trouwens ook teleurgesteld raken door je eigen leven. Als het tegenzit in je werk, met je toekomstplannen. Als voor jou nou juist datgene niet blijkt te zijn weggelegd waarvan je overtuigd was dat het je gelukkig zou maken.

Zelf zijn we oorzaak

We plaatsen de oorzaak van onze teleurstelling meestal buiten onszelf. Het leven is niet eerlijk, zeggen we. Of: je kunt niemand meer vertrouwen! (“vroeger was dat wel anders”). Of we kijken van een afstandje naar onszelf en maken onszelf uit voor sufferd: moest je het nou weer verprutsen! Maar ligt de echte oorzaak wel bij dat onbegrijpelijke leven of bij die onbegrijpelijke ander, of bij dat stuk in onszelf dat zo stom is altijd?
Nee! de oorzaak van onze teleurstelling ligt ergens anders. De oorzaak ligt bij ons eigen verwachten.

Positief teleurgesteld

Ons leven staat bol van verwachtingen. Meestal zijn we ons daar niet van bewust.
We komen die verborgen verwachtingen pas op het spoor wanneer we erin worden teleurgesteld. Dat is dus een positive side-effect van teleurstellingen. Ze helpen ons om onze verwachtingen in beeld te krijgen. En onze verwachtingen hebben vaak met behoeftes te maken.

Welke behoefte zit erachter?

Teleurstelling heeft vaak te maken met een behoefte, een heimelijk verlangen dat niet werd vervuld. Iets dat we nodig hebben, hebben we niet gekregen. Maar… waarom maken we anderen eigenlijk verantwoordelijk voor onze teleurstelling? Zijn andere mensen aangewezen om mij te geven wat ik nodig heb? Hoe moeten ze dat nou weten als ik het nog nooit heb uitgesproken?

Verantwoording nemen

Wie zijn verwachtingen onder ogen ziet, kan voor de vervulling ervan zelf verantwoording nemen. Als je duidelijk weet wat achter je verwachtingen schuilgaat, kun je zelf wegen naar vervulling zoeken. Als jij duidelijk hebt wat je verlangt, kun je een ander vragen je in alle vrijheid tegemoet te komen.

Teleurstelling als nieuw begin

Als teleurstelling je een klap in het gezicht geeft, draai het leven dan eens je andere wang toe… bekijk het eens van een andere kant! Laat teleurstellingen niet bepalend zijn voor hoe je aankijkt tegen het leven en tegen andere mensen! Laat het liever een startpunt zijn, van een zoektocht naar jouw eigen behoeften en verlangens. Wat wil jij eigenlijk? En welke stappen kun je zelf nemen om te krijgen wat je wilt?
Soms blijkt wat je verlangt gaandeweg onrealistisch. Maar soms ook krijg je op je zoektocht spontaan in je schoot geworpen wat je nodig hebt. Teleurstelling als nieuw begin. Had je dat ooit verwacht?

Het draait niet om ons (Copernicusmomentje)

“De aarde is niet het middelpunt van ons heelal. Dat is de zon. De aarde en andere hemellichamen draaien om de zon.”

Deze boodschap van Copernicus was wel even slikken. Hoewel hij er begin 16e eeuw over schreef, werd zijn boek pas in 1835 door de katholieke kerk van de verboden lijst gehaald.

Het draait niet om ons

Het ís ook raar natuurlijk, het idee dat onze aarde niet het middelpunt van de kosmos is. We zijn alleen al gewend om onszelf als middelpunt van ons leven te zien. Onze opvattingen de waarheid, onze visie de werkelijkheid. Het kost even moeite om het standpunt van een ander in te nemen. Pas dan ontdekken we dat onze opvatting van de werkelijkheid niet de enige mogelijkheid, laat staan absolute waarheid is. Het draait niet om ons.

Copernicus en later Galileo Galilea slingerden onze wereld uit het middelpunt van het heelal, ons wereldbeeld en daarmee ‘de mens’ uit het middelpunt van de werkelijkheid.

Copernicusmomentje

Ik had laatst een Copernicusmomentje. Het ging op de radio over een verwachte sterrenregen begin januari. Een nacht vol vallende sterren. Hoewel… vallende “sterren”. Ik wist dat het deeltjes steen of metaal (schroot) zijn, die door de dampkring vallen en daar verbranden door de wrijving.

Maar deze sterrenregen werd veroorzaakt door een komeet. Je weet wel, een brok steen dat door de ruimte vliegt met een staart van ‘puin’ er achteraan. Vallende sterren van ruimtepuin dus.

!!!Dus niet!!!

De sterrenkundige zei:
“Vannacht vliegt de aarde door de staart van een komeet.
De aarde vliegt met zo’n snelheid dat kleine stofjes en steentjes uit die staart in haar dampkring verbranden.”

Vallende aarde in plaats van vallende sterren

Dus: de komeet passeert de aarde niet, de aarde passeert de (staart van de) komeet. En de deeltjes regenen niet in onze dampkring als “vallende sterren”: onze aarde vliegt door de staart van deeltjes heen.

De aarde is niet het middelpunt van het heelal. En dan is het ook nog eens geen aarde waar dingen langs “vallen”, maar een “vallende aarde”.

Het draait niet om ons. En wij vallen met hoge snelheid door de ruimte.
Daar zit je dan, als mens. Op een vallende steen.
Hoezo, middelpunt?

Lees over Copernicus

Lees hier een verhaal over het middelpunt van de aarde