Als de dood voor de liefde

“Rouw is liefde die nergens heen kan.” Dit artikel gaat over de verbindingen die liefde legt, en de dood die deze verbindingen verbreekt. En ze komen samen in het intense verlangen.

Intens verlangen

Hooglied is een hartstochtelijk liefdeslied in de Bijbel.
Over twee mensen die naar elkaar verlangen.
Intens naar elkaar verlangen.
Zo naar elkaar verlangen dat het pijn doet.

Sterk als de dood is de liefde.
Beklemmend als het dodenrijk de hartstocht. (Hooglied 8)

Je leest het goed. In Hooglied staan de woorden “dood” en “liefde” in een zin bij elkaar. En dat voelt helemaal niet vreemd. Wie rouwt om een geliefde weet dat.

Lees dit troostende gedicht: Dood is helemaal niets

Verbroken verbinding

Het gevoel van liefde en het gevoel dat de dood oproept hebben alles met elkaar te maken. Liefde gaat ten diepste over verbinding, de verbinding aangaan, jezelf diep verbinden met een ander. Liefde zegt: ik bouw op jou, ik vertrouw op jou, ik vertrouw mezelf toe aan jou. Jij bent in het weefsel van mijn leven verweven. Liefde maakt ruimte voor een ander in jouw bestaan, in jouw hoofd, tot in de kleinste vezels van je lijf. Je kunt het vaak helemaal niet helpen. De plek die een ander in jouw leven inneemt is zo oneindig veel groter dan je je bewust bent. Die ander is uniek en vertegenwoordigt tegelijkertijd de hele mensheid. Uit alle mensen is zij, is hij, die ene die jouw moeder of jouw vader, jouw geliefde, jouw levensgenoot, jouw broer of jouw zus, jouw kind, jouw vriendin of jouw vriend is.

Je wordt het je bewust als de verbinding wordt doorbroken. Waar de liefde verbindingen legt, verankert en versterkt, trekt de dood ze los en rafelt ze uiteen. En in de dagen, weken, maanden, jaren na dat moment groeit het besef hoe diep je verbonden was. De dood maakt de liefde in al zijn omvang voelbaar op het moment dat die liefde nergens meer heen kan.

Zoals iemand schreef:

“Rouw is in werkelijkheid gewoon liefde.
Het is al die liefde die je wil geven terwijl dat niet meer kan.
Al die niet te geven liefde vult je ooghoeken,
bouwt zich op tot een brok in je keel,
en nestelt zich in dat holle stuk van binnen.
Rouw is niets minder dan liefde die nergens heen kan.”

Kwetsbaarder kun je je niet voelen

Liefde die nergens heen kan. Kwetsbaarder kun je je niet voelen. Daar sta je dan, met je hart in je handen. En niemand die het ziet, of zich er met warmte over ontfermt. Dat klopt niet. Daar zijn we niet op gemaakt. Daar kunnen we ons niet tegen wapenen. Sterk als de dood is de liefde.

Daarom zijn sommige mensen als de dood voor de liefde. Als ze verwond zijn omdat hun kinderlijke hulpeloze afhankelijke liefde niet werd beantwoord door een liefdevolle ouder of verzorger. Als ze onverschilligheid, hardheid of ronduit agressie ervoor terugkregen. Als ze hun geliefde verloren en de pijn van de wond niet draaglijk hebben kunnen maken. Sterk als de dood is de angst voor de kwetsbaarheid van de liefde.

En toch kunnen we niet anders. Liefde zit ons in het bloed.

We kunnen de kwetsbaarheid verdoven ervoor weglopen, onszelf ervoor straffen, anderen wegduwen, maar dat zijn allemaal reacties op de liefde die blijft.
De liefde in ons blijft zich uitstrekken.
De liefde blijft zijn hand naar ons uitstrekken.
Daar heeft de dood niets tegenin te brengen.

Rouw en dood bepalen je bij de vraag wie je bent. Lees het hier.

Sukkels voor de liefde

We zijn sukkels voor de liefde stuk voor stuk. Sukkels. Zo wil de wereld ons doen geloven. Dat onafhankelijkheid vrijheid betekent, en vrijheid geluk. Dat verbinding onvrijheid betekent en kwetsbaarheid behoort aan de losers. Zwaai maar met je wapens, zwaai maar met je leeftijdsloos opgespoten gezicht, zwaai maar met je geld: op jou heeft de dood geen vat en je hebt de dood zelf in de hand. En ook de liefde, wat is dat nou meer dan een chemische reactie in je hersenen, fors overschat, liever lust dat laat zich tenminste controleren.

Met de pijn van verbroken verbinding, met onze rouw door de zich opstapelende onvervulde liefde van binnen, staan we aan de kant en mogen we niet meedoen aan de polonaise van het leven. Niet langs start maar meteen in de put. We hebben verloren. Maar vergis je niet. Wie diep in de put zit, is dichtbij de bron.

Zonder liefde zonder zin

In de Bijbel is de liefde een vuur, en was het vuur de plek waar God zich voor het eerst liet zien als degene die er voor je is op leven en dood. God laat zich zien in de put. En wie vanuit de put, vanaf de zijlijn naar het leven kijkt ziet soms voor het eerst dat het waar is wat het lied van Korinthe zingt: zonder liefde betekent zo vaak zonder zin. De omvang van de liefde die er was wordt soms pas voelbaar door het gemis ervan. Soms is er zelfs de ontdekking dat er liefde was. En lang nadat de muziek van het kloppende hart is uitgestorven, zingt de liefde nog na. De liefde blijkt de steundraad te zijn geweest voor het weefsel van je leven. Zonder liefde betekent zonder zin.

En dan dient de vraag zich aan of de liefde nu weg is. Ik hoop van harte dat u die het afgelopen jaar een geliefde bent verloren aan de dood, die vraag met nee zult beantwoorden. Dat u zult hebben ervaren en nog steeds dat er meerdere draden van liefde met ons bestaan verweven zijn. En misschien soms even momenten hebt gekend waarop de verloren zin plaatsmaakte voor nieuwe zin.

Rouwen verandert je

Je bent het doel van een groot deel van je liefde kwijt. De vanzelfsprekendheid waarmee iemand er was heeft plaatsgemaakt voor de onaangename verrassing, steeds weer, dat iemand er niet meer is. Je moet jezelf uitvinden als kind zonder die ene ouder of zonder ouders, als partner van een overleden geliefde, als ouder van een kind dat niet meer groeien zal. Je moet leren zwemmen terwijl je middenin het water ligt, leren lopen met het gemis van een been. Rouwen verandert je.

We geloven dat geloof dan kan helpen. Geloof dat er een draad van liefde is die niet breekt. Waaraan je je vast kunt houden, waardoor je vastgehouden wordt. Voelbaar in de talloze kleine draden van liefde in het netwerk om je heen. Vrienden, familieleden, buren, voorbijgangers. Mensen die je zien en je laten voelen dat je helemaal alleen bent, maar niet alleen.

Zodat je kunt blijven hopen op geloof in de liefde.

Dood en liefde horen bij elkaar

De liefde legt diepe verbindingen. De dood verbreekt die verbindingen misschien, maar eerder nog legt ze het wezen van die verbindingen bloot. De afdruk die de ander in het zegel op ons hart gedrukt heeft blijft bestaan. Tot wij ook zelf zullen zijn een afdruk in het zegel op de harten van anderen. Tot die tijd leven we verder als veranderende mensen. Bouwen een nieuw leven op rondom onze tranen. Nu weten we wat liefde is. En zoals de lucht in onze longen ons onzichtbaar in leven houdt, zo zal de liefde onzichtbaar ons blijven voeden en vullen, ook de lege plek in onze borst, en ons weer toekomst laten zien. We hopen op bloei.

Zeven tips voor meer balans in je carrière

Hoe bouw je aan balans in je carrière?

Zeven tips om van een koorddanser te leren. Want wie aan het begin van z’n carrière staat is net een koorddanser. Als je start in een veelbelovende baan, is het alsof je je eerste passen zet op een smal koord. Waar het je brengt kun je nog niet zien: de toekomst is nog niet gerealiseerd. Maar een ding weet je wel: dat het een kwestie van balans is of je op het koord blijft en het einde haalt, of valt en weer opnieuw moet beginnen. Hoe komen professionele koorddansers aan de overkant? Je kunt veel van ze leren. Let maar op.

1. Start niet te snel

Voor de volledigheid: je stapt op het slappe koord. Dat betekent dat begin en einde het steilste zijn. De verleiding om een vliegende start te maken is er een om niet aan toe te geven. Als het lukt: de druk die je ervaart om te groeien en te presteren is groot. Gelukkig ben je jong en kun je veel.

Voorkom burn-out

Toch komt er voor veel starters na een aantal jaar een punt waarop het begint te kriebelen. Je hebt een bredere motivatie nodig dan jezelf bewijzen dat je het kunt. Als je niet tijdig vertraagt en kritisch beschouwt wat je doet en hoe en waarom, ligt burn-out op de loer.

Het is er nog lang niet, maar ook het laatste stukje van je loopbaan is extra steil. Het loslaten van je werkomgeving en van je collega’s, het wegvallen van de tijdsbesteding en bron van ‘zin’ die je werk ook is, vraagt evenveel aandacht en zorgvuldigheid als het begin van je carrière.

2. Houd je zwaartepunt laag

Lopen is voortdurend vallen. Je beweegt je lijf steeds over je zwaartepunt heen naar voren. Het is prachtig als je met je hoofd, je verstand en inzicht, vooruitkomt. Maar puur vanuit je hoofd is het lastig je evenwicht te houden. Je zwaartepunt zit dan veel te hoog en je wordt wankel.

Vergeet je gevoel niet

Daal dus regelmatig, liefst voortdurend ook een eindje af met je aandacht. Naar je hart bijvoorbeeld, je gevoel. Naar je buik, je intuïtie. Naar je voeten, het contact met de plek en de omgeving waar je je op dat moment bevindt. Dat zorgt ervoor dat je steviger staat en gaat.

3. Houd contact met het koord

Hiervoor al even genoemd, maar ook als zelfstandige tip. Koorddansers hebben schoentjes met dunne zolen. Ze zijn dik genoeg om hun voeten te beschermen tegen de scherpe strengen van het koord. Maar dun genoeg om optimaal draagvlak voor hun lichaam te creëren: de voeten kunnen zich buigen rond het koord.

Beentjes op de grond

Vergeet dus bij het voortbewegen het draagvlak niet, hoe hoog ook je hakken en hoe slijtvast ook je zolen. Daar haal je je draagkracht vandaan.

4. Richt je ogen niet alleen op het doel, maar ook op de weg

Emile Ratelband liet zijn cursisten hun ogen op het doel richten, en onder het roepen van “koel mos” over een paar meter gloeiende kolen naar de overkant lopen. Koorddansen is geen vuurlopen. Je bent ook wel wat langer onderweg.

De weg is net zo belangrijk als het doel

Met de loop der jaren verschuift het accent in je carrière van het doel dat je je stelt, naar de weg die je bewandelt. Houd oog voor het koord! Misschien houdt het na een paar meter wel op, en moet je overspringen op een ander. Who knows!

5. Let op je tempo

Om gezond het andere einde te halen, heb je energie nodig. Energie om in balans te blijven en energie om je voort te bewegen. Investeren in wat jou energie geeft is dus een noodzaak. Natuurlijk krijg je energie van je werk, maar het is verstandiger om te ‘compartimenteren’.

Compartimenteren

Om even een uitstapje naar de scheepvaart te maken: als een van de compartimenten onverhoopt lek slaat, blijf je nog steeds drijven. Halverwege opbranden, dat wil je niet: daarom is het soms beter even wat af te remmen, dan net zo lang door te hollen tot je wordt stilgezet. Bovendien geniet je meer van het uitzicht om je heen.

6. Spreid je armen

Het koord voor je en achter je, en je lichaam daar recht boven zijn niet de enige assen die belangrijk zijn. Haaks erop staan je armen, wijd uitgespreid, al dan niet voorzien van een stok om je nog meer balans te geven. Kijk niet alleen vooruit, terwijl je gisteren achter je laat. Wees niet alleen bezig met het verlagen van je eigen zwaartepunt, en het waar nodig vertragen van je pas. Realiseer je ook wat er naast je gebeurt.

Investeer in relaties

Wie je naast je hebt om je armen naar uit te strekken. Wie daar is om je te helpen in evenwicht te blijven. Investeer in je relaties, je vrienden, een partner: het kan flink waaien op jouw hoogte en ze helpen jou in evenwicht blijven.

7. Check het koord

Je zult ontdekken dat het koord van meter tot meter kan verschillen. Ook de omgeving waar je doorheen loopt verandert voortdurend. Het kan soms te hard waaien. Soms raak je het gevoel voor het nieuwe stuk koord kwijt en lukt het niet om er goed contact mee te krijgen. Misschien kruis je een ander koord dat meer bij jou past.

Wees ook loyaal aan jezelf

Bekijk op zo’n moment of het niet beter is om over te stappen. Uiteindelijk ben jij degene die het andere einde mag halen: dat is belangrijker dan het koord dat je volgt.

Ik wens je een wandeling vol prachtige vergezichten. En als je een keer valt (wie gebeurt dat niet), stap je gewoon weer op!

Spannend filmpje: koorddanser Nik Wallenda

 

Podcast: Interview met Kaj van der Plas

Na drie podcasts over verhalen, over de werkelijkheid zien voor wat ze is (of juist niet) en over het mystieke verlangen naar een wij-gevoel, was het tijd voor een interview:


Inleiding op kerkzondergrenzen.nl
“Kaj van der Plas noemt zich in zijn Twitter-profiel (volg hem hier) ‘verhaloloog’. En het is waar: alles wat Van der Plas onderneemt, is terug te leiden op zijn fascinatie voor storytelling. Hij is predikant te Eelde-Paterswolde, schrijft zelf op zijn blog, verhuurt zich als tekstschrijver, vertelt al meer dan twintig jaar verhalen voor publiek, en dicht over ‘mijmerend ouderschap’ op doorjeoogharen.nl. Voor Woord op Zondag kijkt hij door zijn oogharen naar die diepmenselijke neiging om alles om ons heen in een verhaal te willen gieten.”

Je vindt de podcasts hier

nummer 1: Ik en wij
nummer 2: De werkelijkheid zien
nummer 3: Sprookje of waarheid?

Muziek in de uitzending

Je hoort Willem Vermandere – Alles gaat over.
Hier vind je het hele liedje, prachtig verhaal over iemand die terugblikt op zijn jeugd in Vlaanderen.

De dominee verdrinkt

Er was eens een dominee in een klein dorpje in de polder.
De polder, dat betekent dat het een laag stuk land is. Je weet dat water stroomt van hoog naar laag. Dus toen het dat jaar in een maand heel erg regende, kwam er een overstroming in de polder. Het dorp van de dominee liep langzaam onder water.

Toen het water tot aan de drempel van het huis van de dominee kwam, belde de koster bij hem aan. 
“Mijn trekker en kar staan voor de deur, ik kom u meenemen naar een hogere en drogere plek. Want de dijk die ons tegen de rivier beschermt, begint te lekken.” 
Maar de dominee schudde nee, en zei: 
“Ik ga niet mee! Ik blijf, en als het nodig is, dan zal God me wel redden.”

Het werd avond en het water stond inmiddels tot aan de eerste verdieping, toen er pruttelend een bootje stopte en iemand op het raampje klopte.
De dominee deed open en zag de dorpsagent in een regenjas in het bootje zitten.
“Eerwaarde dominee, stapt u in de boot. De dijk laat zoveel water door nu,
dat uw huis vannacht zeker onder water zal staan.”
Maar de dominee schudde nee, en zei:
“Ik ga niet mee! Ik blijf, en als het nodig is, dan zal God me wel redden.”

Het werd nacht en het water stond zo hoog, dat de dominee door het dakraam bovenop het dak van het huis geklommen was. Hij zat op de nok en hield zich vast aan de schoorsteen, toen er met veel lawaai een helikopter kwam aanvliegen. Het zoeklicht onder de helikopter scheen op hem, en aan een touw werd een redder naar beneden getakeld.
Maar de dominee schudde nee, sloeg zijn armen over elkaar en riep dwars door het geluid van de brommende wieken:
“Ik ga niet mee! Ik blijf, en als het nodig is, dan zal God me wel redden.”
Hij keek er zo streng bij, dat de redder zich weer naar boven liet takelen. Op dat moment brak de schoorsteen en plonsde de dominee in het water. Hij ging kopje onder en verdronk.

De dominee kwam in de hemel, en liep meteen door naar God.
“God”, zei hij boos, “ik was zo vol vertrouwen dat u me zou komen redden. Dus ik maar wachten terwijl het water hoger en hoger kwam. Waarom kwam u niet? U hebt helemaal niets gedaan! Waarom hebt u me laten verdrinken?”
Toen trok God zijn wenkbrauwen op en zei:
“Maar beste man, hoezo niets gedaan? Ik heb je een trekker gestuurd, en toen een bootje, en zelfs een helikopter!”

eigen bewerking van een bestaand verhaal (bron onbekend)