Playing hard to get

Wat ik nu ga schrijven, klinkt als een nogal ‘fout’ dating-advies. Maar het is wel waar.

Iemand heeft zichtbaar een oogje op je. Jij vindt haar ook ontzettend leuk. Wat doe je? Maak je je gevoel bekend, of laat je de spanning nog wat oplopen? Als je de ander stevig aan je wilt binden, kun je het beste ’t laatste doen. Playing hard to get werkt: hoe meer je beoogde partner moet investeren om jou het hof te maken, des te meer zal ze jou koesteren als je eenmaal overstag bent gegaan.

Rechtvaardiging van inspanning

Het staat zelfs in de marketinglesboeken: houd rekening met cognitieve dissonantie. Als een klant een dure aanschaf heeft gedaan, zal hij achteraf zoeken naar bevestiging dat hij de juiste keuze heeft gemaakt. Na aankoop van een auto worden meer recensies over die auto gelezen, dan ervoor. Gek hè? Maar niet zo gek als je het in het licht ziet van cognitieve dissonantie.

Even terughalen: cognitieve dissonantie is de psychische spanning die ontstaat als we iets doen, zeggen, denken of voelen dat ingaat tegen een overtuiging die we over onszelf hebben. Bijvoorbeeld: als ik in een kwade bui iemand een klap verkoop, gaat dat in tegen de overtuiging dat ik een vredelievend mens ben. De onaangename sensatie van dissonantie willen we verminderen. Dat gaat onbewust, en wel door iets aan ons verhaal over de feiten te veranderen. We maken onszelf onbewust iets wijs, waardoor we ons zelfbeeld (de set overtuigingen van ‘wie we zijn’) overeind kunnen houden. Ik geef in een kwade bui een klap, maar ik ben toch vredelievend want die ander had het er echt naar gemaakt, echt!

Op dezelfde manier rechtvaardigen we de inspanning (in tijd, geld, en/of moeite) die we ergens voor geleverd hebben, door het resultaat hoger te waarderen. Zelfs als dat nuchter bekeken nergens op slaat.

Ontgroening

Lid worden van een studentenvereniging doe je om erbij te horen. Je wilt mensen leren kennen. Je hoort geweldige verhalen over vriendschap met de jaarclub die een leven lang blijft duren. Of je wordt aangemoedigd door vrienden of familie, die ook bij een vereniging zitten of zaten: je zult er de tijd van je leven hebben. Vaak klopt dat. Hechte verbinding met andere mensen draagt bij aan kwaliteit van leven. Het horen bij een vereniging met eigen tradities en rituelen voegt een speelse dimensie toe aan je bestaan. En contacten met andere studenten uit allerlei studies geven je toegang tot een breed netwerk.

Voor het lid worden van een vereniging hebben de meeste eerstejaars dus best wat over: juist, de ontgroening! Maar de vorm die de ontgroening soms heeft (gehad): een periode van onderdrukking en ontberingen, slaat nuchter bezien nergens op. Toch werkt(e) het wel, dankzij het psychologische mechanisme van rechtvaardiging van inspanning. Als je jezelf vrijwillig, als weldenkend mens, aan allerlei vernederende activiteiten hebt blootgesteld, en op die manier lid van een club geworden bent, is het makkelijker om dat lidmaatschap superhoog te gaan waarderen, dan toe te geven dat de vernedering het niet waard is geweest. Je kunt het immers niet meer terugdraaien, en je bent ondanks alles een weldenkend mens.

Dit mechanisme schijnt ook te spelen bij sommige MBA-scholen, als die zo belachelijk veel werk van hun studenten vragen, dat zij hun diploma achteraf gaan zien als essentieel voor hun carrière. Een periode van tegenslag in je leven (dat overkomt ons allemaal) wordt, in dezelfde lijn, achteraf soms geïdealiseerd tot het een noodzakelijke leerschool is geweest.

En dat jaar High School waarin je zo eenzaam was, heeft je achteraf natuurlijk erg veel over jezelf geleerd. Het zou eens allemaal zinloos en voor niets zijn geweest, zeg!

Dure aankoop

Voor de meeste mensen, die met een laag tot gemiddeld inkomen, levert een dure aankoop ook cognitieve dissonantie op. We zien onszelf natuurlijk als verstandige mensen. En dure spullen zijn vaak niet beter dan hun wat minder dure varianten. Van een wit porseleinen bord is het, als je het nuchter bekijkt (en wij zijn verstandige nuchter mensen), bijvoorbeeld niet anders eten dan van een wit bord van Action. Hoe rijm je dit met elkaar? Dat hoef je niet te doen: onbewust ga je hard op zoek naar manieren om de onbewuste spanning die de dure aankoop oplevert, te reduceren. ‘Goedkoop is duurkoop’ is zoiets. En ‘kwaliteit mag wat kosten’. Erg vreemd om zulke argumenten al te gebruiken nog voor je de aankoop langere tijd op kwaliteit hebt kunnen testen.

Het is je vast ook wel eens overkomen dat iemand die je kende een duur product in huis had gehaald, en jou vervolgens begon te bestoken met argumenten waarom het toch zo’n goede aanschaf was. Of heb je het jezelf wel eens horen doen? Om de twijfel weg te nemen en jezelf via de ander te overtuigen? Als het je bij die redelijke ander lukt, is dat het bewijs dat je zelf een redelijk besluit nam!

Klantenservice?

Bedrijven bellen je soms na een week om te vragen hoe het product bevalt: zo kunnen ze eventuele twijfel achteraf sussen, en je bevestigen in het idee dat je een goede aankoop hebt gedaan. Dat is ook de reden dat autobedrijven je bij aanschaf lid maken van een ‘bezittersclub’ vaak inclusief clubblad, dan wel een clubwebsite met kortingsaanbiedingen: zo vind je elke maand alle reden om blij te zijn met je aanschaf. In een marketingboek werd iemand van Unilever geciteerd, die aangaf hoe belangrijk de klantenservice was in het bewaken van het goede gevoel dat mensen bij hun producten hadden.

Customer care heeft dus op het vlak van de marketingpsychologie niet zoveel met zorgzaamheid te maken. Het is gewoon een kwestie van cognitieve dissonantie-reductie.

(Zou je die iPad, waar je zo hard voor gespaard hebt, werkelijk aan anderen aanraden? Kijk eens kritisch naar je eigen argumenten?)

Het IKEA-effect

Datgene waarvoor je hebt moeten werken, is meer waard. Je vindt de geliefde waarvoor je door het slijk bent gegaan, als je hem eenmaal gekregen hebt, waarschijnlijk leuker dan wanneer je minder je best had moeten doen. De studentenvereniging biedt vriendschappen voor het leven – want anders zou het die ontgroening niet waard zijn geweest. Zo schijnt het ook met IKEA-meubels te werken: je hebt er meer mee als je zelf hebt gemonteerd. Een dure auto, ten slotte, is zijn prijs vaak wel waard geweest. En anders heb je gewoon pech gehad: een verkeerde keuze is het pas als er geen andere opties meer zijn.

De factor tijd

Moeite hebben we gehad, geld ook… maar de tijd die je soms ergens in steekt is ook een enorme investering. Het psychologische mechanisme van inspannings-rechtvaardiging achteraf kom je dus tegen als een project al erg lang duurt. Wie veel tijd heeft geïnvesteerd in het schrijven van een voorstel, zal niet een-twee-drie openstaan voor het idee om dat voorstel terzijde te schuiven. Hoe goed de tegenvoorstellen misschien ook zijn. En het valt altijd weer tegen hoe weinig Marktplaatsbezoekers bereid zijn te bieden voor spullen die jij na lange tijd twijfelen toch maar te koop hebt gezet.

En als het tijdrovende project een relatie is, dan hoor je soms: “We zijn 50 jaar samen, daar zet je toch niet zomaar een punt achter?” Dat krijg je ervan, als je gaat voor iemand die hard to get was…

Psychische jeuk

Een studente belt bij me aan, rond etenstijd. Om haar nek een ID-kaart, en op haar arm een map met logo van een goed doel. Ze vraagt me of ik het ook zo erg vind, van die zieke kinderen. En prikt op die manier met de precisie van een steekmug mijn gevoel van medelijden aan.

Nee zeggen doet een goed mens niet

Volmondig zeg ik ja op haar vragen. Nee zeggen komt niet bij me op, dat doet alleen iemand zonder gevoel. Terwijl ik een rechtvaardig en empathisch mens ben. Een goed mens. Mijn zelfbeeld staat op het spel!

Ik ben een goed mens!

Dan biedt de student mij een fantastische mogelijkheid. Ik kan iets doen met het gevoel van medelijden en rechtvaardigheid dat haar vragen in mij hebben aangeprikt. Aan mezelf laten zien dat ik een goed mens ben. Want ik kan hier en nu een donatie-abonnement afsluiten om het goede doel steunen dat er met mijn geld werk van maakt. “En dat kan al vanaf 5 euro per maand.”

Nee zeggen is mezelf verloochenen

Probeer dan nog maar eens nee te zeggen. Je bent onbewust herinnerd aan wat een goed mens je bent, vol empathie en rechtvaardigheidsgevoel. Zeggen: ‘Ja ik vind het heel erg maar ik wil er toch niets aan doen’, dat zou zelfverloochening zijn.

Het is een toneelstukje

Het is erg knap in elkaar gezet, dat gesprek aan de deur. Vanaf de eerste vraag neemt de studente de leiding, en drijft me in de richting van een keuze door mijn onbewuste zelfbeeld te prikkelen: een abonnement of mezelf verloochenen. Dat heeft ze geleerd en geoefend: elke vraag en reactie van haar kant is voorgekookt. Ik draai nietsvermoedend mee in een toneelstukje waarvan zij alleen het script heeft. Resistance is futile!

Nee zeggen geeft psychische jeuk

Als de eerste vraag gesteld is, kan ik niet zomaar meer ontsnappen aan het script. Aan het einde nee zeggen levert me geheid psychische jeuk op. Tussendoor het gesprek afbreken gaat in tegen wat ik geleerd heb dat netjes is, en ik ben netjes (toch?). En ook bij voorbaat nee zeggen zorgt voor kriebels, want: wat ben ik voor mens als ik niet eens opensta voor een goed doel? Het jeukt op een plek waar ik met mijn verstand niet goed bij kan.

Zijn het geen rotzakken dan?

Allemaal rotzakken zijn het, want ze beïnvloeden je tegen je zin, die goededoelenabonnementenverkopers. Dat zou je zo maar kunnen denken. Wat een goede oplossing!  En tegen rotzakken mag je nee zeggen zonder je schuldig te voelen, toch?

Toegevoegde gedachten om de jeuk te verzachten

Psychische jeuk kom je vaak pas op het spoor door je gedachten naast de feiten te leggen, als je concludeert dat ze niet kloppen. Feit is dat ik helemaal geen reden heb om van de studente die bij mij aanbelt bij voorbaat een rotzak te maken. Het toevoegen van die gedachte helpt me wel om de jeuk van mijn nee (of het nu bij voorbaat van het gesprek is, tussendoor of achteraf) wat te verzachten.

Slotsom: ik ben goed

Alles om mijn zelfbeeld overeind te houden. Want ik ben goed. Ook al steun ik geen goede doelen. Ehm… ik moet even krabben…

Deze post is onderdeel van een serie over cognitieve dissonantie

Lees hier deel 1

Vaccins en autisme

Vasthouden aan je eigen standpunt is soms makkelijker dan toegeven dat je het bij het verkeerde eind had. Zeker wanneer je er geld, energie, of je goede naam in hebt geïnvesteerd.

Het overkwam een groep bezorgde mensen (verenigd in SafeMinds) die een verband legt tussen vaccinatie en autisme. Ze initieerden een onderzoek met rhesusaapjes, dat zou moeten aantonen dat je van bepaalde inentingen autistisch kunt worden.

Geen verband

Toen er geen verband gevonden werd bleek dit voor de financiers van het onderzoek moeilijk te verteren. De meest voor de hand liggende reactie zou zijn geweest: uit het onderzoek blijkt geen verband. In plaats daarvan zetten ze vraagtekens bij het onderzoek!

“Despite the researchers saying they gave their data to an independent statistical consultant, SafeMinds still want to see a reanalysis of the data.”

Twijfels bij het bewijs

Zou hier cognitieve dissonantie in het spel zijn?

Dat overkomt de besten. Als het niet bij je overtuiging past dat je ongelijk hebt, blijven geloven dat je gelijk hebt. Terwijl een buitenstaander in het bewijs voldoende reden ziet om vraagtekens bij jouw overtuiging te zetten. Als de feitelijke resultaten van gedegen onderzoek worden genegeerd, dan weet je dat persoonlijke belangen (wetenschappers die hun status hebben aangewend, mensen die geld investeerden, langdurige strijd gevoerd hebben) te zwaar zijn gaan wegen: zwaarder dan ‘objectiviteit’.

“It seems that when you pay for the research yourself, the results can be harder to swallow.”

Ik las hier over het onderzoek:
health-and-medicine/anti-vaxxers-fund-study-finds-zero-link-between-vaccinations-and-autism

De oorsprong van de vaccinatie-veroorzaakt-autisme-beweging is afkomstig van de onjuiste onderzoeksconclusies van dr Andrew Wakefield uit 1997

Dit is deel 7 in een serie over cognitieve dissonantie
Klik hier voor deel 1

Weg met de vrouw!

Arme mannen. Ze hebben last van ‘gender-duizeligheid’. Doordat de maatschappelijke rol van de vrouw verandert, worden vragen opgeroepen over wat mannelijkheid dan is. Vragen die lastig zijn, onzeker maken misschien. Maar onzekerheid past weer niet zo in het plaatje van de stoere man.

Daarom liever de vrouw aanklagen, die ‘door het feminisme geprogrammeerd is om het leven van de man te verwoesten’! En alle vrouwen uit je leven te bannen. Dat is makkelijker te verzoenen met een positief zelfbeeld, dan het feit aanvaarden dat je het ook even niet meer weet…

Zijn de Men Going Their Own Way niet gewoon een product van cognitieve dissonantie?

Lees hier het hele verhaal:
http://www.vice.com/nl/read/deze-heteromannen-willen-niks-met-vrouwen-te-maken-hebben-293

Dit is het zesde deel in een serie over cognitieve dissonantie.
Lees deel 5 hier
Lees deel 1 hier

Bill Cosby is onschuldig
(want ik vind hem aardig)

Bill Cosby werd door een groot aantal vrouwen aangeklaagd voor aanranding en verkrachting. Toch was een deel van het publiek meteen overtuigd van zijn onschuld. Was hier cognitieve dissonantie in het spel?

Sketch

De vreemde gedachtegang die sommige mensen gebruikten om Bill Cosby te blijven bewonderen werd door comédienne Amy Schumer (ComedyCentral) vlijmscherp neergezet in een sketch…

Een paar citaten:

“I am a good person.
I like this good show.
Last time I checked, good plus good does not equal guilty.”

(“Ik ben een goed mens. Ik hou van dit goede programma. De laatste keer dat ik het naging, was goed plus goed niet gelijk aan schuldig.”)

en:

“Let’s remind ourselves what’s at stake here. If convicted, the next time you put on a rerun of ‘The Cosby Show’ you may wince a little. Might feel a little pang. And none of us deserve that. We don’t deserve to feel that pang. We deserve to dance like no one’s watching, and watch like no one’s raping.”

(“Laten we onszelf blijven voorhouden wat hier op het spel staat. Als hij wordt veroordeeld, zou je, de volgende keer dat je een herhaling van ‘The Cosby Show’ aanzet, een lichte huiver kunnen voelen. Een kleine steek. En geen van ons verdient dat. We verdienen het niet om die steek te voelen. We verdienen het te dansen alsof niemand kijkt, en te kijken alsof niemand verkracht.”)

Het kan toch niet waar zijn?

Als je fan van iemand bent, identificeer je je met die persoon. Als je idool een grote misstap maakt, of daarvan wordt beschuldigd, is dat lastig te verwerken. Al de tijd en aandacht die je hebt geïnvesteerd als fan, was die misschien allemaal gebaseerd op een leugen? Die aardige man, die zo goed is voor zijn fans, heeft die echt een vrouw aangerand? Dat kan toch niet waar zijn?

De spanning die dat oplevert… cognitieve dissonantie?

Geef die vrouw de schuld!

Het lijkt in gevallen van aanranding of verkrachting door een idool soms makkelijker om de vrouw die hem beschuldigt zelf de schuld te geven (‘Ze had zich ook wel erg uitdagend gekleed’). Of het te vergoeilijken met een grapje (‘Iedereen weet toch dat hij van de vrouwtjes houdt, haha!’).
Dan wordt jouw investering in tijd en aandacht niet van het ene op het andere moment waardeloos. En krijgt jouw zelfbeeld ook geen knauw: want het ergste wat ze kunnen zeggen is: “ben jij echt fan van die verkrachter?”

Het is soms gemakkelijker om van de dader een slachtoffer te maken, en van het slachtoffer dader, dan onder ogen te zien dat jij het bij het verkeerde eind had.

“Het was zo’n aardige man.” Dat is niet zo’n best argument. Wat denk je nu, dat een crimineel niet aardig kan zijn?