Met een goed verhaal begin je niets: luister!

“Als je een schip wilt bouwen, roep dan geen mannen bij elkaar om hout te verzamelen, het werk te verdelen en orders te geven. In plaats daarvan, leer ze verlangen naar de enorme eindeloze zee.”

Een prachtig citaat van de schrijver (van onder andere ‘De kleine prins’) en gevechtspiloot Antoine de St-Exupéry. Het verbindt een beeld van ‘organisatie,’ op zich technisch en kil, met de warme kracht van verbeelding en verlangen. Door middel van het vertellen. Toch is luisteren nog belangrijker.

Tijd voor zachte krachten

In de golfbeweging van analytische naar sociale benaderingen van organisaties (Frits Philips schreef in de jaren ’50 al over het in de Verenigde Staten uitgevonden belang van menselijke benadering (waardering e.d.) van de ’line’ door de ‘staff’*) zijn we in een tijd van aandacht voor ‘zachte krachten’ aanbeland. Door allerlei organisatiologen wordt het belang van een positief mensbeeld voor een positief bedrijfsresultaat onderstreept. De mens positief waarderen, betekent de specifiek menselijke kenmerken van dromen, idealisme, verbeelding en waarden voor het voetlicht halen. Het citaat van De St-Exupéry sluit daar mooi bij aan.

Hoe leer je ‘de mannen’ verlangen naar de enorme eindeloze zee?

Je leert ze verlangen door ze te leren luisteren naar hun eigen verlangen. En je leert ze te luisteren naar hun eigen verlangen door ze te laten vertellen over de momenten dat ze de zee, of een van haar aspecten, hebben meegemaakt en ervan hebben genoten. Hoe was dat voor ze?

Maar als ze de zee niet kennen, hebben ze er geen beeld bij. Wat doe je dan?

Je vertelt zélf over de zee. Wat is de zee? Enorm, eindeloos, … over de kracht van het water, de schittering van de zon, de werking van de wind, opspringende vissen en neer duikende meeuwen. Een horizon als een strakke en on-doorbroken lijn, waaraan plotseling, alsof het uit de zee oprijst, een mast zichtbaar kan worden van een vreemd of bevriend schip, of een berg of eenvoudigweg de contouren van nieuw land, onbekend terrein.

Lees hier over de kracht van storytelling

en je vertelt nog meer…

Je vertelt van de strijd met de elementen, en hoe die een mens tot zichzelf brengen kan en verschillende mensen tot elkaar. Over de tijd die op zee een eeuwigheid kan duren, over de oneindigheid van het water, het vervagen van herinneringen aan wie en wat je achterliet, aan hoe de tijd onderweg alles tot zijn essentie afslijt: spierweefsel, geest, ziel en herinnering.

Uit volle borst vertel je over de zee, en ze kijken je niet begrijpend aan. Want wat is de zee? Wat is eindeloos in termen van ‘zee’? En wat is ‘enorm’ als het om de zee gaat? Daar sta je dan met je goede verhaal. Met alleen een goed verhaal begin je niets.

Lees over sociale organisatie: de invloed van Douglas McGregor

Laat jouw vertellen dus beginnen met luisteren

Welke taal spreken de ‘mannen’? Wat gebeurt er in hun wereld? Welke objecten komen ze tegen? Welke ervaring hebben ze met de elementen? Luisterend vind je de beelden die ze kennen, om die beelden te kunnen gebruiken in je omschrijving van de zee.

Wat Frits Philips erover schreef

* Citaat:

 ”Bij een in Amerika gehouden enquête naar de productiviteit van den arbeider is gebleken dat de belangrijkste factor de ‘sociale atmospheer’ waarin gewerkt wordt was. Hoe bereikt men een zo gunstig mogelijke stemming onder de mensen? Wel, dat is iets, waarmede jaren gemoeid zijn, en dat in feite berust op selectie en opvoeding van het -vooral lagere leidinggevende personeel in de werkplaatsen.

Hun moeten eenvoudige levenswijsheden bijgebracht worden, zoals het feit dat het bekennen van ongelijk geen prestigeverlies is, doch winst betekent. Dat voorts op gewone eerlijke wijze aan elkaar verteld wordt, hoe de gedachte van den een over den ander zijn. Woorden van waardering moeten worden uitgesproken als daar aanleiding voor is. Nieuwe leden van het personeel moeten prettig met medewerkers en superieuren in kennis worden gebracht. Voorlichting over alles wat er in het bedrijf gebeurt en wat de plannen zijn is van het grootste belang. Ook onderling contact buiten de werkplaats, in sport- en ontspanningsverenigingen, kan tot de goede sfeer bij het werk veel bijdragen.

[…]Wat voorop moet staan is het dienen van het algemeen belang vóór het eigen belang; onder de doelstellingen moet ook gerekend worden het prefereren van welvaart op lange termijn, het geven van de grootste mogelijke zekerheid aan de mensen die in de onderneming werken. De mens wordt hoger aangeslagen dan de machine. Kortom: in de onderneming werken allen voor één doel en ieder krijgt zijn deel.”
(bron: A. Teulings, Philips. Geschiedenis en praktijk van een wereldconcern, Amsterdam 1976, p. 130)

De terrorist mikt op het midden

Polarisatie is een tegenstelling van ideeën, niet van gevoelens. Nuance wordt niet gezocht. Dat is niet in het belang van de aanjagers van polarisatie. Het strijdperk van polarisatie is het midden: daar staan de mensen die bewust of onbewust geen keuze voor een van de twee kanten hebben gemaakt. Uit alle macht proberen pushers ze daartoe te bewegen. Hieronder een paar actuele voorbeelden. Blog gebaseerd op het boek Polarisatie van Bart Brandsma

Dwingen tot een zwart-witkeuze

Het schijnt bij de visie van Daesh te horen, dat er een eindstrijd dient te worden uitgevochten tussen de goeien en de kwaaien. De goeien zijn zij, aanhangers van de ware uitleg van de Islam, de kwaaien zijn de rest van de wereld met hun verdorven gewoontes en hun valse goden.

Je vraagt je af hoe het overrijden van een stel toeristen op de boulevard van Nice hieraan bijdraagt, of het doodrijden van Kerstmarktbezoekers, of het beschieten van jongeren tijdens een concert in Bataclan. Zijn zij de vijand?

De meeste van de doden en gewonden zullen zichzelf niet als vijand van Daesh hebben bestempeld. Ze rekenen zich niet tot het boze Westen, noch tot de godsdienststroming van Al-Baghdadi c.s. Vanuit het perspectief van polarisatie zijn ze echter het doelwit.

Zoals in een vorige post opgemerkt: het gaat de pushers helemaal niet om de vijand aan de andere pool. Het gaat om het midden. Daar moeten de ‘silent’ tot een keuze gedwongen worden. Ze moeten de ene kant gaan haten en naar de andere kant opschuiven: welke kant maakt dan eigenlijk niet zoveel uit. Het is de bedoeling van de aanslagplegers, of hun inspiratoren, om de wij-zij-tegenstelling te vergroten. En mensen in het midden tot een keuze te dwingen.

Dat dit (helaas) vaak werkt, laat de uitzonderlijkheid van deze reactie zien: “mijn haat krijgen jullie niet.”

Wie niet voor ons is, is tegen ons

Dit bekendste voorbeeld van zwart-witdenken werd uitgesproken door George W. Bush, in reactie op de aanslagen van 11 september 2001. Het is een variant op een bijbeltekst: “wie niet voor mij is, is tegen mij”. De mensheid wordt opgedeeld in twee groepen: de goeden en de kwaden. Aan welke kant je staat, bepaalt waar je bij hoort.

Nuance is hier uitgesloten. Je wordt gedwongen om te kiezen voor een van de polen. Anders wordt er namelijk voor jou gekozen. Deze opdeling in twee groepen kan, als polarisatie op zijn hoogtepunt is, verstrekkende gevolgen hebben voor hen die het midden blijven verkiezen. Zij worden door beide kanten gezien als verraders. Zeker als ze actief pogingen ondernemen om te bemiddelen: ‘Ja maar je moet toch ook begrip op kunnen brengen voor die van de overkant…’

Wie een brug wil bouwen, wordt eenvoudig tot zondebok gemaakt. Zie als voorbeeld Rwanda in 1994: Hutu’s sympathetic to the Tutsis were killed. Ja: polarisatie op zijn hoogtepunt is de burgeroorlog.

Ongemerkt bijdragen aan polarisatie

Religieuze leiders die oproepen tot verzoening, en als onderstreping van hun oproep gezamenlijk optrekken: het komt de afgelopen jaren regelmatig voor. Het ziet er prachtig uit: een beeld van hoop en optimisme: “zie je wel..”

Wat “zie je wel”? Maak die zin eens af? Dikke kans dat je als einde zult denken “niet alle Moslims zijn terroristen”. Of “niet alle godsdienst draagt bij aan geweld”. Hoe waar dit misschien ook is, deze gedachten en dus het publieke optreden van de religieuze leiders dragen niet bij aan oplossing van de polarisatie. Ze dragen er aan bij.

Ze gaan namelijk mee in de manier waarop de hitsers, de racisten, de aanslagplegers kortom de ‘pushers’ de werkelijkheid indelen. In goed en fout, in wij en zij. Door dat onderscheid te willen nuanceren, wordt de tegenstelling alleen maar bevestigd als iets bestaands. Er zijn zoveel andere manieren om een aanslagpleger te labelen, dan zijn geloof of de motivatie van waaruit hij zegt te handelen. Door te zeggen: dit is typisch Islam én door te zeggen ‘dit is niet Islam’ ga je mee in het beeld dat het hier om geloof zou gaan, en om een bepaalde groep met bepaalde kenmerken (gelovigen).

Dit is blog 3 over polarisatie.
Meer lezen? Klik hier voor deel 2, hier voor deel 1

Dit stuk is gebaseerd op ‘Polarisatie, inzicht in de dynamiek van wij- zij denken’ van Bart Brandsma (november 2016)
Je kunt het hier bestellen.

Polarisatie in 3 stappen

Polarisatie is een tegenstelling van ideeën, niet van gevoelens. Er wordt een idee geschapen over de identiteit van een tegenpartij, en daar staat dan de identiteit van de eigen partij tegenover. Dat men hierbij kort door de bocht gaat is geen issue. Hieronder beschrijf ik het proces van polarisatie in drie stappen met drie rollen. Opnieuw enkele observaties gebaseerd op het boek Polarisatie van Bart Brandsma.

Het proces van polarisatie

Het proces van polarisatie laat zich omschrijven als een pool die zich afzet tegen een andere, waardoor de andere pool zich tegen de ene afzet. Ze bewegen zich bij elkaar vandaan, weg bij het midden, weg bij de verbinding. De tegengestelde bewegingen hebben vaak een persoon die zich als de stem en het gezicht ervan manifesteert. Dat is de ‘pusher’, iemand die voelt dat hij moreel gelijk heeft, voor dat morele gelijk wil vechten, geniet van de aandacht die dat oplevert en op de koop toe moet nemen dat het gevecht offers vraagt. Die offers variëren van een doorsnijden van verbindingen met andere mensen, tot het ontvangen van doodsbedreigingen.

Eenmaal deze weg ingeslagen, is het voor de pusher lastig om tot stilstand te komen, laat staan om te keren. De mate van investering in het eigen standpunt, de hoeveelheid offers die zijn gebracht maken het onmogelijk terug te keren naar meer nuance: dan zou het immers allemaal voor niets zijn geweest. Of, zoals het waarschijnlijk voor een pusher eerder voelt: “dan hebben zij gewonnen”.

Medestanders

Rondom de pushers verzamelen zich medestanders, ‘joiners’. Zij ventileren minder extreme standpunten, maar laten zich wel in het kamp van wij tegen zij trekken. Hoe meer mensen zich bij de pusher voegen, des te lastiger wordt het voor hem om te keren. Zij hebben immers ook geïnvesteerd, verbindingen verbroken, en de rechtvaardiging daarvoor ontleend aan de standpunten van de pusher.

De pusher moet het vuurtje van de polarisatie af en toe van nieuwe brandstof voorzien om ook de joiners tevreden te houden. Hij moet tegelijkertijd niet te extreem worden, omdat de joiners dan kunnen afhaken. Door nieuwe brandstof toe te voegen, bewegen de polen weer een stapje bij elkaar weg.

De ‘midden’standers

Hoe meer polarisatie, hoe verder de polen zich bij elkaar weg bewegen, des te groter de druk op de derde groep in het plaatje: zij in het midden. In het midden vind je mensen die zich soms bewust, soms minder bewust geen lid voelen van een van de beide groepen. Het kan ze niets schelen, of ze hebben een genuanceerd standpunt.

De strijd van de pushers lijkt gericht te zijn op de partij aan de overkant, wij tegen zij. Maar in werkelijkheid richten de pushers zich op het stille midden, de ‘silent’, de letterlijke middenstanders. Ze proberen hen tot een keuze te bewegen: wie niet voor ons is, is tegen ons.

Het is de identiteit, stupid

Omdat polarisatie over gevoelens gaat, is redelijkheid geen goed antwoord. Dat kan een machteloos gevoel oproepen als je iets aan polarisatie wilt doen. Men is niet zo gevoelig voor de feiten. Een deel van de eigen identiteit hangt bij pushers en joiners bovendien af van de wij-zij tegenstelling.

Mensen kunnen niet zonder een onderscheid in identiteiten. We hebben een beeld nodig van wie we zijn, en dat brengt als vanzelf een beeld mee van wie we niet zijn. Polarisatie ligt dus altijd op de loer. Hoe ontkom je eraan zonder je uit het publieke gesprek terug te trekken?

Meer lezen? Klik hier voor het vorige deel en klik hier voor het volgende deel

Dit stuk is gebaseerd op ‘Polarisatie, inzicht in de dynamiek van wij- zij denken’ van Bart Brandsma (november 2016) Je kunt het hier bestellen.

Wat is polarisatie? Een denkbeeldige tegenstelling tussen “wij” en “zij”.

Polarisatie is denken in tegenstellingen: een “wij” en “zij”. Maar die tegenstellingen gaan bij polarisatie niet terug op feiten, maar op ideeën. Denk bijvoorbeeld aan polarisatie tussen ‘moslims’ en ‘niet-moslims’. Er zijn meer overeenkomsten tussen deze twee groepen, dan er verschillen zijn. En binnen de groepen ‘moslims’ en ‘niet-moslims’ zijn er meer verschillen tussen de mensen dan overeenkomsten. Maar met dat feit wordt niets gedaan. Er wordt een beeld opgeroepen en dat beeld wordt steeds herhaald en bekrachtigd met voorbeelden. Wie hebben daar baat bij? De mensen die polariseren. Wie is het slachtoffer? De mensen zonder mening, of de mensen die genuanceerd denken. Immers: wie niet voor ons is, is tegen ons. En het dieptepunt van polarisatie is een burgeroorlog.

Polarisatie: gevoelde maar geen meetbare tegenstelling

Onze maatschappij is op een aantal vlakken gepolariseerd. Tenminste: in de manier waarop er bericht wordt over de maatschappij en hoe mensen die zien, komen tegenstellingen voor. De tegenstelling tussen ‘Politiek’ en ‘Burger’, de tegenstelling tussen ‘Voor Zwarte Piet’ en ‘Tegen Zwarte Piet’, de tegenstelling tussen ‘De Islam’ en ‘Het Westen’, de tegenstelling tussen ‘Asielzoekers’ en ‘Eigen volk dat hulp nodig heeft’. Anders dan “echte” tegenstellingen, bijvoorbeeld tussen de groep “armen” en “rijken”, zijn de polarisatie-tegenstellingen niet terug te brengen tot meetbare feiten waarover iedereen het eens is. Dat dat  polarisatie verschilt van een conflict. Bij een conflict zijn er feiten: je bent betrokkene als toeschouwer of als strijdende partij. Bij polarisatie kun je kiezen of je je tot een van de partijen rekent. Of je die tegenstelling ‘voelt’ of niet.

Toegedichte kenmerken

Het gaat bij polarisatie namelijk om ideeën, om negatieve gedachten van “wij” over “zij”, waarbij de andere groep wordt neergezet als essentieel volkomen tegengesteld aan de eigen groep. Maar het is niet te meten of terug te brengen tot feiten. “De Islam en het Westen zijn onverenigbaar” bijvoorbeeld. Dat zou veronderstellen dat er zoiets bestaat als “de identiteit van de Islam” en “de identiteit van het Westen”, die zich dan uit in een bepaalde set kenmerken die voor ieder lid van die groep zou gelden. Hou maar op, die set laat zich niet vinden. Die kenmerken worden door de tegenpartij aan de groep toegedicht. “Alle Hollanders zijn arrogant” staat bijvoorbeeld tegenover “alle Limburgers zijn sjoemelende feestneuzen.”

Gevoelens boven gedachten

In een situatie van polarisatie zijn de feiten minder belangrijk dan de ideeën. Het draait namelijk om ideeën, die voortdurend worden herhaald. Die geladen zijn met bepaalde gevoelens van ‘hier hoor ik bij’ en ‘dat staat me tegen’. Ieder voorval dat het idee kan bevestigen wordt aangehaald. Ieder voorval dat het tegendeel aantoont, wordt genegeerd. Je kunt hier lezen dat het heel menselijk is om tegenstrijdige informatie te negeren. Maar belangrijk is, dat het bij polarisatie stiekem eerder over gevoelens gaat dan over gedachten. Emoties die hoog kunnen oplopen, waardoor de vlam in de pan kan slaan.

Olie op het vuur

Polarisatie kent dan ook een verloop als een vuur: de hitte neemt toe, de vlam slaat erin, de brand woekert, net zolang tot de brandstof op is. Toevoer van nieuwe brandstof laat het vuur verder branden of opnieuw oplaaien.

Het proces van polarisatie

Polarisatie ontstaat als een spel tussen drie posities die mensen kunnen innemen. Die van pusher, degene die opstaat om te vechten voor zijn morele gelijk. Die van de joiners, die zich in het wij-tegen-zij-spel laten betrekken. En die van de mensen in het midden, die onder druk komen te staan van “als je niet voor ons bent, ben je tegen ons”.

1 De pusher

Het proces van polarisatie laat zich omschrijven als een pool die zich afzet tegen een andere, waardoor de andere pool zich tegen de ene afzet. Ze bewegen zich bij elkaar vandaan, weg bij het midden, weg bij de verbinding. De tegengestelde bewegingen hebben vaak een persoon die zich als de stem en het gezicht ervan manifesteert. Dat is de ‘pusher’, iemand die voelt dat hij moreel gelijk heeft, voor dat morele gelijk wil vechten, geniet van de aandacht die dat oplevert en op de koop toe neemt dat het gevecht “offers” vraagt. Die offers variëren van een doorsnijden van verbindingen met andere mensen, tot het ontvangen van doodsbedreigingen.

Eenmaal deze weg ingeslagen, is het voor de pusher lastig om tot stilstand te komen, laat staan om te keren. De mate van investering in het eigen standpunt, de hoeveelheid offers die zijn gebracht maken het onmogelijk terug te keren naar meer nuance: dan zou het immers allemaal voor niets zijn geweest. Of, zoals het waarschijnlijk voor een pusher eerder voelt: “dan hebben zij gewonnen”.

2. De joiners

Rondom de pusher verzamelen zich medestanders, ‘joiners’. Zij ventileren minder extreme standpunten, maar laten zich wel in het kamp van wij tegen zij trekken. Hoe meer mensen zich bij de pusher voegen, des te lastiger wordt het voor hem om te keren. Zij hebben immers ook geïnvesteerd, verbindingen verbroken, en de rechtvaardiging daarvoor ontleend aan de standpunten van de pusher.

De pusher moet het vuurtje van de polarisatie af en toe van nieuwe brandstof voorzien om ook de joiners tevreden te houden. Hij moet tegelijkertijd niet te extreem worden, omdat de joiners dan kunnen afhaken. Door nieuwe brandstof toe te voegen, bewegen de polen weer een stapje bij elkaar weg.

3- De silent

Hoe meer polarisatie, hoe verder de polen zich bij elkaar weg bewegen, des te groter de druk op de derde groep in het plaatje: zij in het midden. In het midden vind je mensen die zich soms bewust, soms minder bewust geen lid voelen van een van de beide groepen. Het kan ze niets schelen, of ze hebben een genuanceerd standpunt.

De strijd van de pushers lijkt gericht te zijn op de partij aan de overkant, wij tegen zij. Maar in werkelijkheid richten de pushers zich op het stille midden, de ‘silent’, de letterlijke middenstanders. Ze proberen hen tot een keuze te bewegen: wie niet voor ons is, is tegen ons.

Het is de identiteit, stupid

Omdat polarisatie over gevoelens gaat, is redelijkheid geen goed antwoord. Dat kan een machteloos gevoel oproepen als je iets aan polarisatie wilt doen. Men is niet zo gevoelig voor de feiten. Een deel van de eigen identiteit hangt bij pushers en joiners bovendien af van de wij-zij tegenstelling.

Mensen kunnen niet zonder een onderscheid in identiteiten. We hebben een beeld nodig van wie we zijn, en dat brengt als vanzelf een beeld mee van wie we niet zijn. Polarisatie ligt dus altijd op de loer. Hoe ontkom je eraan zonder je uit het publieke gesprek terug te trekken?

Dwingen tot een zwart-witkeuze

Het scheen bij de visie van IS te horen, dat er een eindstrijd dient te worden uitgevochten tussen de goeien en de kwaaien. De goeien zijn zij, aanhangers van de ware uitleg van de Islam, de kwaaien zijn de rest van de wereld met hun verdorven gewoontes en hun valse goden.

Je vraagt je af hoe het overrijden van een stel toeristen op de boulevard van Nice hieraan bijdraagt, of het doodrijden van Kerstmarktbezoekers, of het beschieten van jongeren tijdens een concert in Bataclan. Zijn die de vijand?

De meeste van de doden en gewonden zullen zichzelf niet als vijand van IS hebben bestempeld. Ze rekenen zich niet tot het boze Westen, noch tot de godsdienststroming van Al-Baghdadi c.s. Vanuit het perspectief van polarisatie zijn ze echter het doelwit.

Zoals hierboven al opgemerkt: het gaat de pushers helemaal niet om de vijand aan de andere pool. Het gaat om het midden. Daar moeten de ‘silent’ tot een keuze gedwongen worden. Ze moeten de ene kant gaan haten en naar de andere kant opschuiven: welke kant maakt dan eigenlijk niet zoveel uit. Het is de bedoeling van de aanslagplegers, of hun inspiratoren, om de wij-zij-tegenstelling te vergroten. En mensen in het midden tot een keuze te dwingen.

Dat dit (helaas) vaak werkt, laat de uitzonderlijkheid van deze reactie zien: “mijn haat krijgen jullie niet.”

Wie niet voor ons is, is tegen ons

Dit bekendste voorbeeld van zwart-witdenken werd uitgesproken door George W. Bush, in reactie op de aanslagen van 11 september 2001. Het is een variant op een bijbeltekst: “wie niet voor mij is, is tegen mij”. De mensheid wordt opgedeeld in twee groepen: de goeden en de kwaden. Aan welke kant je staat, bepaalt waar je bij hoort.

Nuance is hier uitgesloten. Je wordt gedwongen om te kiezen voor een van de polen. Anders wordt er namelijk voor jou gekozen. Deze opdeling in twee groepen kan, als polarisatie op zijn hoogtepunt is, verstrekkende gevolgen hebben voor hen die het midden blijven verkiezen. Zij worden door beide kanten gezien als verraders. Zeker als ze actief pogingen ondernemen om te bemiddelen: ‘Ja maar je moet toch ook begrip op kunnen brengen voor die van de overkant…’

Wie een brug wil bouwen, wordt eenvoudig tot zondebok gemaakt. Zie als voorbeeld Rwanda in 1994: Hutu’s sympathetic to the Tutsis were killed. Ja: polarisatie op zijn hoogtepunt (eigenlijk dieptepunt) is de burgeroorlog.

Ongemerkt bijdragen aan polarisatie

Religieuze leiders die oproepen tot verzoening, en als onderstreping van hun oproep gezamenlijk optrekken: het komt de afgelopen jaren regelmatig voor. Het ziet er prachtig uit: een beeld van hoop en optimisme: “zie je wel…”

Wat “zie je wel”? Maak die zin eens af? Dikke kans dat je als einde zult denken “niet alle Moslims zijn terroristen”. Of “niet alle godsdienst draagt bij aan geweld”. Hoe waar dit misschien ook is, deze gedachten en dus het publieke optreden van de religieuze leiders dragen niet bij aan oplossing van de polarisatie. Ze dragen er aan bij.

Ze gaan namelijk mee in de manier waarop de hitsers, de racisten, de aanslagplegers kortom de ‘pushers’ de werkelijkheid indelen. In goed en fout, in wij en zij. Door dat onderscheid te willen nuanceren, wordt de tegenstelling alleen maar bevestigd als iets bestaands. Er zijn zoveel andere manieren om een aanslagpleger te labelen, dan zijn geloof of de motivatie van waaruit hij zegt te handelen. Door te zeggen: dit is typisch Islam én door te zeggen ‘dit is niet Islam’ ga je mee in het beeld dat het hier om geloof zou gaan, en om een bepaalde groep met bepaalde kenmerken (gelovigen).

Dit stuk is gebaseerd op ‘Polarisatie, inzicht in de dynamiek van wij- zij denken’ van Bart Brandsma (november 2016) Je kunt het hier bestellen.